Onderdeel van:
Beleggingsbelastingen België: TOB, RV, Reynders [2026]
📅 Laatst bijgewerkt: 16 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: Vennootschap, BV, beleggen, vennootschapsbelasting
· 🇧🇪 Voor: Belgische zelfstandigen met vennootschap
Voor zelfstandigen met een BV (besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid) is beleggen via de vennootschap een alternatief voor privé-beleggen. Of het voordelig is hangt af van je belastingdruk en uitkeringsstrategie.
Twee niveaus van belasting
Bij beleggen via je vennootschap:
- Op vennootschapsniveau: vennootschapsbelasting op meerwaarden bij verkoop. Standaardtarief 25%; KMO-tarief van 20% op de eerste €100.000 taxable winst (mits o.a. minimumbestuurdersvergoeding van €50.000 in 2026).
- Bij uitkering naar privé: dividendbelasting van 15–30%.
Cumulatief: kan oplopen tot 40–50% op gerealiseerde meerwaarden, afhankelijk van de uitkeringsstrategie.
⚠️ Belangrijke nuance: de nieuwe 10% meerwaardebelasting (sinds 2026) geldt NIET voor vennootschappen — die is een maatregel in de personenbelasting (natuurlijke personen + vzw’s). Een vennootschap die effecten verkoopt valt onder vennootschapsbelasting op de meerwaarde, niet onder de 10% CGT.
Wanneer is het wel voordelig?
1. Voor de “DBI-aftrek” (Definitief Belaste Inkomsten):
Een vennootschap die dividenden ontvangt uit een andere vennootschap kan, mits aan de DBI-voorwaarden voldaan, een 100% aftrek krijgen waardoor effectief 0% vennootschapsbelasting op het dividend (verhoogd van 95% naar 100% voor directe participaties via zomerakkoord 2017). Let op: voor DBI-beveks (Belgische DBI-conforme fondsstructuren) geldt de jaarlijkse DBI-coëfficiënt (typisch 95–97%, niet 100%) op het uitkeringsdeel dat aan de DBI-voorwaarden voldoet — raadpleeg het jaarverslag van de DBI-bevek voor het exacte percentage.
Voorwaarden DBI:
– Minimaal 10% bezit OF aanschaffingswaarde ≥€2.500.000.
– Minimaal 1 jaar gehouden.
– Onderliggende vennootschap aan voldoende belastingdruk onderworpen.
– ⚠️ Sinds aanslagjaar 2026: voor grote vennootschappen wordt voor deelnemingen <10% boven €2,5 mln een aanvullende voorwaarde opgelegd — de deelneming moet als financieel vast actief geboekt worden (niet als geldbelegging).
Voor wie? Zelfstandigen met een vennootschap die in andere vennootschappen belegt (private equity, holdings).
2. Liquiditeit binnen vennootschap parkeren:
Geld dat je nog niet als loon of dividend hebt uitgekeerd kan via de vennootschap belegd worden — uitstel van de dividendbelasting.
Probleem: uiteindelijk moet je het wel uitkeren, en dan komt de dividendbelasting. Tussentijds rendement op de vennootschap kan zinvol zijn vs. cash op de vennootschapsrekening.
Wanneer NIET zinvol?
Voor de meeste zelfstandigen met klein-tot-middelgroot vermogen:
- Pensioensparen + VAPZ + IPT zijn fiscaal voordeliger dan beleggen via vennootschap.
- Privé-belegging in wereldindex-ETF + 10% meerwaardebelasting is eenvoudiger en vaak goedkoper netto.
Vennootschappelijke complicatie:
– Boekhoudkundige rapportering (waardering effecten, jaarverslag).
– Bestuurder-fiscale aandachtspunten.
– Bij bedrijfsbeëindiging: liquidatiebonus belast.
Effectentaks boven €1 mln
Voor wie via een vennootschap een effectenrekening heeft: dezelfde effectentaks van toepassing wanneer gemiddeld vermogen >€1 miljoen.
⚠️ Tariefswijziging in proces: het tarief was 0,15% en is door de wet van 18 december 2025 (BS 30 december 2025) verhoogd naar 0,30%. De wijziging werd ingevoerd door de wet van 18 december 2025 (BS 30 december 2025) — daarnaast werd de Programmawet in plenaire zitting op 29 april 2026 gestemd. Bevestig de actuele referentieperiode en het exact toepasselijke tarief bij de FOD Financiën vóór elke berekening.
Zie Effectentaks boven €1 miljoen voor de volledige uitleg.
Praktische beslissing
Een typische vuistregel:
- <€500k vermogen, eenvoudige situatie: privé beleggen via Bolero/MeDirect/etc. + maximaliseer pensioensparen + VAPZ + IPT.
- €500k+ + holding-structuur of internationaal: consult een fiscalist over vennootschap-structuur.
- Familie-vennootschap voor erfenis-doelen: kan zinvol — vraag specialist.
Liquidatiebonus bij ontbinding
Bij ontbinding van een BV met opgespaarde reserves wordt de liquidatiebonus belast als dividend. Dit is een vaak vergeten kost. Twee scenario’s:
- Standaard: 30% roerende voorheffing op het volledige liquidatiebedrag bovenop de winst die al binnen de vennootschap belast werd (let op: VVPR-bis is niet van toepassing op liquidatiedividenden).
- Met liquidatiereserve: als de vennootschap reserves vooraf in een liquidatiereserve heeft geplaatst (10% anticipatieve heffing bij aanleg), is de uitkering bij ontbinding 0% RV. Effectief tarief bij ontbinding: 10% anticipatieve heffing op de reserve (of ~9,1% op het bruto bedrag, aangezien de 10% uit de reserve zelf wordt betaald). Het vaak vermelde cijfer van ~13,64% geldt enkel voor het alternatieve pad waarbij de reserve later als dividend wordt uitgekeerd (10% anticipatie bij aanleg + 6,5% RV bij uitkering na 3 jaar (verhoogd van 5% naar 6,5% per Wet Diverse Bepalingen 18 december 2025; aanhangige programmawet voorziet verdere verhoging naar 9,8% — controleer Belgisch Staatsblad). De minimale wachttijd voor nieuwe reserves is verlaagd van 5 naar 3 jaar (pre-31 december 2025 reserves blijven onder oude 5-jr/5% regime)) — het zijn dus twee onderscheiden paden.
Sommige zelfstandigen gebruiken naast deze ontbindingsstrategie ook VVPR-bis voor reguliere dividenduitkeringen tijdens het bestaan van de vennootschap: aandelen op naam van een KMO geven een verlaagd RV-tarief van 15% vanaf het derde boekjaar (⚠️ de Programmawet (Belgisch Staatsblad 1 juni 2026) verhoogt dit naar 18% voor uitkeringen na de wachtperiode van 3 jaar, vanaf 1 juli 2026). Zie VVPR-bis uitgelegd.
💡 Beleggen via je vennootschap is complex en zelden eenvoudiger dan privé-beleggen voor de meeste zelfstandigen. Boek een uur met je boekhouder + fiscalist voor je deze stap zet.
🔗 Zie VAPZ uitgelegd, IPT uitgelegd, en Belgische beleggingsbelastingen.
Bronnen
- FOD Financiën — Vennootschapsbelasting
- Wikifin — Beleggen via vennootschap

