📅 Laatst bijgewerkt: 8 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: TOB, roerende voorheffing, meerwaardebelasting 2026, VVPR-bis
· 🇧🇪 Voor: Belgische particulieren
Wat ga je leren?
- Hoe de vier hoofdbelastingen voor Belgische beleggers samenwerken: TOB, roerende voorheffing, meerwaardebelasting (sinds 2026), en Reynders-taks
- Wanneer welk tarief geldt en op welk type product
- Wat de nieuwe 10% meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026 voor jou betekent
- Hoe VVPR-bis je dividend-belasting kan halveren bij kleine Belgische bedrijven
- Wat er gebeurt bij erfenis of schenking van een effectenportefeuille
- Welke aangiftes je moet doen en wanneer
⚠️ Belastingregels veranderen jaarlijks. Cijfers in dit artikel zijn correct per 7 mei 2026 maar uitvoeringsbesluiten voor de meerwaardebelasting worden in de loop van 2026 nog verfijnd. Controleer altijd de actuele tarieven bij FOD Financiën.
1. De TOB — Taks op Beursverrichtingen
De TOB is een transactietaks die je betaalt bij elke aankoop én verkoop op een binnenlandse of buitenlandse beurs. Het tarief hangt af van het type instrument en — voor fondsen — van waar het fonds geregistreerd is bij de FSMA.
De vier tarieven (per transactie, per kant):
| Type instrument | TOB |
|---|---|
| Obligaties (secundaire markt) | 0,12% |
| Distribuerende ETF’s (waar ook geregistreerd) | 0,12% |
| Kapitaliserende ETF’s, niet in België geregistreerd | 0,12% |
| Aandelen, warrants, certificaten | 0,35% |
| ETF’s buiten de EER | 0,35% |
| Kapitaliserende ICB’s/ETF’s in België geregistreerd | 1,32% |
| Obligaties (terugkoop bij uitgifte) | 0% (uitgesloten) |
Belangrijke regel: “in België geregistreerd” wil zeggen dat de FSMA het fonds heeft goedgekeurd voor distributie aan Belgische particulieren. Als één compartiment van een fonds in België geregistreerd is, beschouwt de fiscus alle compartimenten als geregistreerd. Concreet: VWCE = 1,32%, IWDA = 0,12% — voor de details zie ETF beleggen in België.
Wie houdt de TOB in?
– Belgische brokers (Bolero, Keytrade, MeDirect): automatisch.
– Buitenlandse brokers met Belgische TOB-handling (DEGIRO, Saxo): automatisch.
– Andere buitenlandse brokers (Trade Republic, Interactive Brokers): je doet zelf aangifte via MyMinfin → Mijn aangifte → Diverse Taksen → TOB, uiterlijk op de laatste werkdag van de tweede maand die volgt op de transactiemaand. Sinds 14 juli 2025 worden e-mail-aangiftes niet meer aanvaard.
Plafond: TOB heeft een maximum per transactie afhankelijk van het tarief (€1.300 voor 0,12%, €1.600 voor 0,35%, €4.000 voor 1,32%). Voor particulieren met normale ordergroottes is dit nooit relevant.
2. De roerende voorheffing op dividenden en rente
Op inkomsten uit roerende kapitalen en goederen (dividenden, intresten op obligaties, intresten op spaarrekeningen) wordt 30% roerende voorheffing ingehouden — het algemene tarief vastgelegd in artikel 269 §1 van het Wetboek Inkomstenbelastingen 1992.
Vrijstelling op gereglementeerde spaarrekeningen:
Op een gereglementeerde Belgische spaarrekening is de eerste schijf intrest vrijgesteld:
– €1.020 per persoon per jaar (bevroren tot inkomstenjaar 2030 — indexering opgeschort).
Boven die schijf geldt een gunstig tarief van 15% (in plaats van 30%) op gereglementeerde spaarrekeningen. Op een niet-gereglementeerde rekening (bv. een termijnrekening die niet aan de wettelijke voorwaarden voldoet) geldt direct 30%.
Vrijstelling op dividenden — gewone aandelen:
Per persoon per jaar mag je €833 aan netto-dividenden (2025-niveau, te bevestigen voor 2026) terugvragen via je belastingaangifte (vak VII, code 1437/2437). De broker houdt eerst 30% in; jij krijgt het terug bij je aangifte.
Wie houdt de roerende voorheffing in?
– Belgische broker: automatisch op alle dividenden.
– Buitenlandse broker: vaak géén automatische inhouding op dividenden van buitenlandse aandelen — je geeft het zelf aan in vak VII van de personenbelasting (code 1444/2444 voor inkomsten zonder Belgische voorheffing).
3. De nieuwe meerwaardebelasting (sinds 2026)
Dit is de meest ingrijpende fiscale wijziging voor Belgische beleggers in een generatie. Sinds 1 januari 2026 geldt een nieuwe meerwaardebelasting van 10% op de netto-meerwaarde van financiële activa: aandelen, ETF’s, obligaties, beleggingsfondsen, beleggingsverzekeringen en cryptomunten.
Hoofdregels:
| Element | Regel |
|---|---|
| Tarief | 10% op netto-meerwaarden boven de jaarlijkse vrijstelling |
| Jaarlijkse vrijstelling | €10.000 per persoon |
| Carry-forward vrijstelling | Maximaal €1.000/jaar opgespaard, gedurende 5 jaar, met cumulatief plafond van €5.000. In jaar 6 komt dit opgespaarde bedrag bovenop de basisvrijstelling van €10.000 → maximaal beschikbaar = €10.000 + €5.000 = €15.000. |
| Step-up van kostprijs | Aanschafprijs voor de wet = marktwaarde op 31 december 2025 |
| Werkelijke kost-aantoning | Tot 31 december 2030 mag je je werkelijke historische aankoopprijs aantonen als die hoger is |
| Aanmerkelijk belang (≥20% in één vennootschap) | Eerste €1 miljoen vrijgesteld; boven €1 miljoen progressief 1,25% → 10% glijdend in 4 brackets: €1–2,5 mln = 1,25%; €2,5–5 mln = 2,50%; €5–10 mln = 5%; boven €10 mln = 10% |
| Verkoop binnen verbonden kring (controle) | 33% vlak |
| Beroepsmatige speculatie (geen normaal vermogensbeheer) | Blijft belastbaar als divers inkomen aan 33% |
Wie houdt het in?
- Belgische brokers (Bolero, Keytrade, MeDirect): worden vanaf 1 juni 2026 verplicht automatisch in te houden, tenzij je opt-out kiest. De statutaire opt-out termijn loopt tot 31 augustus 2026 voor 2026-transacties.
- Saxo Bank: hanteert standaard automatische inhouding voor Belgische klanten (default opt-in), met opt-out vóór hun interne deadline (30 juni 2026).
- Andere buitenlandse brokers (DEGIRO, IBKR, Trade Republic): geen automatische inhouding. Je geeft de meerwaarde zelf aan in je belastingaangifte.
Overgangsperiode (1 januari – 31 mei 2026): geen verplichte inhouding door brokers. Voor transacties in deze periode geef je de meerwaarde zelf aan via de belastingaangifte 2027.
⚠️ Uitvoeringsbesluiten worden in de loop van 2026 nog gepubliceerd (concrete inhoudingsmodaliteiten, FIFO-volgorde van carry-forward, formulieren). Voor de exacte berekening op je situatie: raadpleeg een fiscalist.
⚠️ Erfenis en CGT: géén step-up bij overlijden. Als je financiële activa erft, neem je de oorspronkelijke aankoopprijs van de overledene over als jouw kostprijs voor de CGT-berekening (er is géén step-up bij overlijden zoals in sommige andere jurisdicties). Uitzondering: als de overledene de activa vóór 1 januari 2026 verwierf, mag je de marktwaarde op 31 december 2025 als kostprijs gebruiken (dezelfde overgangsbescherming als voor alle pre-2026-activa). Bewaar documentatie zorgvuldig: kun je de oorspronkelijke aankoopprijs niet bewijzen, dan hanteert de fiscus €0 als kostprijs en wordt de volledige verkoopprijs belast als meerwaarde. Zie ook ons artikel Erfenisbelasting in België per Gewest.
4. De Reynders-taks op obligatiefondsen
De Reynders-taks (artikel 19bis WIB92) heft 30% op de interest-component van het obligatiegedeelte van een fonds of ETF, bij verkoop. Vernoemd naar Didier Reynders, de toenmalige minister van Financiën die de taks heeft ingevoerd.
Drempel: geldt voor fondsen die minstens 10% in obligaties beleggen. Onder 10% obligatieblootstelling speelt Reynders niet (pure aandelen-ETF’s zijn vrijgesteld).
Wat is veranderd in 2026?
Sinds 1 januari 2026 wordt op kapitaliserende obligatie-ETF’s een gesplitste behandeling toegepast:
– Het deel van de winst dat afkomstig is uit interest → 30% Reynders-taks.
– Het deel van de winst uit echte koersmeerwaarde → 10% nieuwe meerwaardebelasting.
Voor distribuerende obligatie-ETF’s blijft Reynders in principe ook van toepassing — al is er een theoretische uitzondering wanneer alle inkomsten rechtstreeks uitgekeerd worden. In de praktijk valt vrijwel elke ETF onder de regel.
💡 Voor pure aandelen-ETF’s zoals VWCE of IWDA speelt Reynders dus géén rol. Voor mixfondsen en bond-ETF’s wel — controleer altijd het bondpercentage in de KID (Key Information Document) voor je belegt.
5. Effectentaks (jaarlijkse taks op effectenrekeningen)
Voor wie een effectenrekening met een gemiddelde waarde boven €1.000.000 aanhoudt geldt een aparte jaarlijkse taks (jaarlijkse taks op de effectenrekeningen, JTER, sinds 26 februari 2021).
Tarief: historisch 0,15%. ⚠️ Door de wet van 18 december 2025 (BS 30 december 2025) verdubbeld naar 0,30% voor de referentieperiode die op 1 oktober 2025 begon. De aanhangige programmawet 2026 (stemming uitgesteld op 29 april 2026 voor advies van de Raad van State) bevestigt dit. Bevestig de actuele referentieperiode bij de FOD Financiën vóór elke berekening.
Belangrijkste regels:
– Per rekening boven €1 mln, niet per persoon. Drie rekeningen van elk €500.000 vallen er niet onder, maar pas op voor de anti-misbruikregels.
– Bij Belgische broker: automatisch ingehouden. Bij buitenlandse broker: zelf aangeven via MyMinfin → Diverse Taksen → Taks op de effectenrekeningen, deadline 31 augustus.
– Geldt ook voor effectenrekeningen aangehouden door niet-residenten bij een Belgische broker.
Zie Effectentaks boven €1 miljoen voor de volledige uitleg, voorbeelden en anti-misbruikregels.
6. VVPR-bis: 15% op dividenden van kleine bedrijven (mogelijke verhoging tot 18% in 2026)
VVPR-bis is een gunstregime dat de roerende voorheffing op dividenden verlaagt van 30% naar 15% voor specifieke aandelen van kleine vennootschappen (KMO’s).
Voorwaarden (artikel 269 §2 WIB92):
- De vennootschap moet een KMO zijn in de zin van artikel 1:24, §1-6 WVV (Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen — criteria rond personeel, omzet, balanstotaal).
- De aandelen moeten zijn uitgegeven via een inbreng in geld vanaf 1 juli 2013 en in registervorm op naam worden gehouden (gedematerialiseerde aandelen in een effectenrekening kwalificeren niet — alleen aandelen op naam).
- Het verlaagde tarief geldt op de dividenden vanaf het derde boekjaar na de uitgifte. Voor inbrengen vóór 1 januari 2026: 30% (jaar 1) → 20% (jaar 2) → 15% (jaar 3+). Voor inbrengen vanaf 1 januari 2026 vervalt het 20%-tarief (Programmawet 18 juli 2025, BS 29 juli 2025): 30% (jaar 1-2) → 15% (jaar 3+).
- ⚠️ Belangrijke aanhangige wijziging: een programmawet 2026 zou het VVPR-bis-eindtarief verhogen van 15% naar 18% voor alle uitkeringen (ook bestaande aandelen). De plenaire stemming werd op 29 april 2026 uitgesteld voor advies van de Raad van State; de wet is dus nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad en het 18%-tarief is op vandaag niet van toepassing. Het zou ten vroegste van kracht worden op de eerste dag van de maand volgend op publicatie — verwacht ten vroegste juni 2026.
Praktische impact: voor wie aandelen heeft in een eigen KMO of in een Belgische start-up via crowdfunding kan dit een aanzienlijk verschil maken. Voor wie via een ETF in beursgenoteerde aandelen belegt, speelt dit normaal niet.
7. Erfenis en schenking van een effectenportefeuille
Bij overlijden:
Een effectenportefeuille valt in de gewone successie. De successietarieven verschillen per Gewest (Vlaams, Brussels, Waals) en hangen af van de graad van verwantschap — voor partner/kinderen typisch 3% – 27% (Vlaanderen, schijf-tarief). Voor verre familie of niet-verwanten lopen de maximumtarieven op tot 55% in Vlaanderen of 80% in Brussel en Wallonië, afhankelijk van het gewest en de verwantschapsgraad. Zie Erfenisbelasting in België per Gewest voor de volledige schalen.
Bij schenking bij leven:
Roerende goederen (zoals een effectenportefeuille) kunnen worden geschonken via een bankgift of via notariële schenking. Tarieven verschillen per Gewest:
– Vlaanderen: 3% (rechte lijn / partner) of 7% (anderen) op notariële schenkingen. Bankgift zonder notariële akte → tarief 0% maar er is een risk-periode van 5 jaar waarna het bedrag terugkomt in de successie als de schenker overlijdt.
– Brussel & Wallonië: vergelijkbare structuur met regionale verschillen.
💡 Voor planning rond erfenis is een notaris of erfrechtspecialist quasi onvermijdelijk. Een tak21- of tak23-verzekering kan in sommige scenario’s gunstiger zijn dan directe effecten in de portefeuille.
7. Aangifte en praktische deadlines
| Wat | Wanneer | Hoe |
|---|---|---|
| TOB op buitenlandse broker | Laatste werkdag tweede maand na transactie | MyMinfin → Mijn aangifte → Diverse Taksen |
| Buitenlandse rekening — NBB | Vóór eerste belastingaangifte met die rekening | Twee parallelle verplichtingen: (1) éénmalige melding aan de NBB via het NBB CAP-formulier vóór je eerste belastingaangifte waarin de rekening voorkomt; én (2) jaarlijkse vermelding in vak XIII Rubriek A (code 1075-89) van je personenbelasting — elk jaar zolang de rekening bestaat, ongeacht of ze al eerder bij de NBB werd gemeld. |
| Dividenden buitenlandse aandelen | Bij personenbelasting | Vak VII, code 1444/2444 |
| Terugvordering €833 dividend-vrijstelling | Bij personenbelasting | Vak VII, code 1437/2437 |
| Meerwaardebelasting (geen broker-inhouding) | Bij personenbelasting | Specifiek vak (uitvoeringsbesluit definieert) |
| Personenbelasting algemeen | Online (Tax-on-Web): 15 juli 2026; papier: 30 juni 2026 | MyMinfin (Tax-on-Web) |
Bronnen & verder lezen
- FOD Financiën — Taks op beursverrichtingen
- FOD Financiën — Roerende voorheffing en dividendeninkomsten
- Wikifin — Belastingen op je beleggingen
- PwC Belgium — Capital gains tax 2026
- EY Belgium — The new Belgian Capital Gains Tax 2026
- KPMG Belgium — New Capital Gains Tax 2026
- Tiberghien — Krijtlijnen meerwaardebelasting
- Curvo — Reynders tax 2026
- Curvo — Belastingen voor Belgische beleggers
