📅 Laatst bijgewerkt: 8 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: Pensioensparen, EIP, VAPZ, IPT, tak21, tak23, vier pijlers
· 🇧🇪 Voor: Belgische werknemers, zelfstandigen, ambtenaren
Wat ga je leren?
- Het kader van vier pijlers van het Belgisch pensioenstelsel
- Hoe pensioensparen (pijler 3) werkt: 1050 vs 1350, fiscaal voordeel, eindbelasting
- Wat EIP (groepsverzekering / pijler 2) is en wat ervan te verwachten
- VAPZ en IPT voor zelfstandigen — hoe ze van elkaar verschillen
- Het verschil tussen tak21 (gegarandeerd) en tak23 (variabel)
- Hoe je vermogen wordt belast bij uitkering op pensioenleeftijd
- De praktische keuzes die je tijdens je loopbaan moet maken
1. De vier pijlers van het Belgisch pensioen
Het Belgische pensioenstelsel bestaat uit vier elkaar aanvullende pijlers:
| Pijler | Wat | Wie |
|---|---|---|
| 1ste pijler | Wettelijk pensioen — uitgekeerd door Federale Pensioendienst (FPD) | Iedereen die in België heeft gewerkt |
| 2de pijler | Aanvullend pensioen via werkgever / sector — EIP, groepsverzekering, sectorpensioenfonds | Werknemers met aanvullend plan |
| 3de pijler | Individueel pensioensparen — pensioenspaarfonds of pensioenspaarverzekering met fiscaal voordeel | Iedereen kan zelf afsluiten |
| 4de pijler | Vrij langetermijnsparen — niet-fiscaal aangemoedigd, gewone beleggingen voor pensioenkapitaal | Iedereen |
💡 De 1ste pijler is voor de meeste Belgen niet voldoende om de levensstandaard tijdens werk te behouden. Pijlers 2 en 3 vullen aan; pijler 4 is wat je daarbovenop opbouwt via gewone beleggingen.
2. Pensioensparen (pijler 3): werknemers en zelfstandigen
Pensioensparen is de meest gekende pijler-3-formule. Je opent een pensioenspaarrekening bij een bank of een pensioenspaarverzekering bij een verzekeraar, stort jaarlijks tot een wettelijk plafond, en krijgt fiscaal voordeel op de storting.
Wettelijke plafonds voor 2025-2026 (cijfers controleren bij Wikifin voor 2026):
| Keuze | Maximumstorting | Fiscaal voordeel |
|---|---|---|
| Reguliere keuze | €1.050 per jaar | 30% belastingvermindering = €315 |
| Verhoogde keuze (opt-in) | €1.350 per jaar | 25% belastingvermindering = €337,50 |
Welke keuze is voor jou voordeliger?
- Bij €1.050 storting: €315 belastingvoordeel = effectieve kost €735 om €1.050 op te bouwen.
- Bij €1.350 storting: €337,50 belastingvoordeel = effectieve kost €1.012,50 om €1.350 op te bouwen.
Het verhoogde plafond geeft je dus €300 méér gespaard, voor een bijkomende €277,50 effectieve kost. Dat is voordeliger zodra je meer dan €1.260 per jaar spaart (FOD Financiën — onder €1.260 levert de 30%-vermindering op €1.050 méér absoluut belastingvoordeel op dan 25% op een lagere spaarsom). Boven €1.260 krijg je netto meer kapitaal, mits je de extra €277,50 nu missen kan en het lange-termijn-rendement compenseert dat je 5%-punt minder fiscaal voordeel krijgt.
⚠️ Belangrijk: je moet de verhoogde keuze actief aanvinken bij je bank/verzekeraar. Anders blijft het automatisch op €1.050 staan. Dit moet elk jaar opnieuw bevestigd worden bij sommige aanbieders.
Onderliggende vorm:
- Pensioenspaarfonds — een fonds (vaak gemengd: aandelen + obligaties) waarvan de waarde meebeweegt met de markten. Hoger rendementspotentieel, schommelingen.
- Pensioenspaarverzekering (tak21 of tak23) — bij een verzekeraar.
Voor lange horizon (25+ jaar) is een pensioenspaarfonds historisch meestal voordeliger dan een gegarandeerde tak21-verzekering, op voorwaarde dat je de schommelingen kan aanvaarden.
3. Groepsverzekering en EIP (pijler 2 voor werknemers)
Voor de meeste werknemers neemt pijler 2 de vorm aan van een groepsverzekering (collectief plan voor alle of een groep werknemers van het bedrijf), of in sommige gevallen een sectorpensioenplan dat collectief op sectorniveau wordt afgesloten.
Daarnaast bestaat er de EIP — Engagement Individueel Pensioenplan: een individuele pensioentoezegging aan één specifieke werknemer, bovenop een bestaand collectief plan (EIP kan niet bestaan zonder dat de werkgever al een groepsverzekering of sectorplan heeft). EIP is dus zeldzamer dan groepsverzekering en geldt vaak voor kaderleden of specifieke profielen.
Hoofdelementen:
- Werkgever betaalt een deel (sterk variërend per sector en werkgever — geen wettelijk minimum); soms ook werknemerstoelage.
- Premies aftrekbaar voor de werkgever (geen RSZ op de premie tot bepaalde limieten — de “80%-regel“). Daarbovenop een bijzondere RSZ-bijdrage van 8,86% op werkgeverspremies.
- Onderliggende vorm vaak tak21 of tak23.
- Bij uitkering op de wettelijke pensioenleeftijd wordt het kapitaal afzonderlijk belast (zie sectie 6).
💡 Vraag bij je werkgever het pensioenreglement en het meest recente jaarlijkse pensioenoverzicht op — daarop staat hoeveel kapitaal je tot nu toe hebt opgebouwd. Dit document is wettelijk verplicht en moet je elk jaar krijgen.
⚠️ Wijninckx-bijdrage 2026: voor hoge pensioenopbouw (boven een bepaalde drempel) is de bijzondere bijdrage in 2026 verhoogd van 3% naar 12,5%. Voor topverdieners met grote IPT/groepsverzekeringen is dit materieel — bevestig met je pensioenadviseur.
4. VAPZ en IPT voor zelfstandigen
Voor zelfstandigen zijn er twee specifieke pijler-2/3-instrumenten:
VAPZ — Vrij Aanvullend Pensioen voor Zelfstandigen:
- Regulier VAPZ: premies tot 8,17% van je beroepsinkomen, maximum €4.086,34 voor 2026 (RSVZ-cijfer, bevestigd via Practicali en Acerta; een geplande verhoging naar 8,50% / €4.251,39 staat in voorbereiding maar is op vandaag nog niet in voege).
- Sociaal VAPZ: hoger tarief van 9,40% met maximum €4.701,54 voor 2026 (RSVZ-cijfer, bevestigd; geplande verhoging naar 9,78% / €4.891,60 is in voorbereiding maar nog niet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad), inclusief solidariteitspakket (overlijden, invaliditeit). Ongeveer 90% van de Belgische zelfstandigen kiest sociaal VAPZ.
- Volledig aftrekbaar als beroepskost (vermindering van zowel inkomstenbelasting als sociale bijdragen — dubbel voordeel).
- Onderliggende vorm: tak21 of tak23.
- Voor alle zelfstandigen (hoofdberoep) die sociale bijdragen betalen als zelfstandige — ook bedrijfsleiders die werken via een vennootschap (de premie kan persoonlijk betaald worden of via de vennootschap als voordeel van alle aard — bespreek de fiscale gevolgen met je boekhouder).
POZ — Pensioenovereenkomst voor Zelfstandigen (voor eenmanszaken):
- Voor zelfstandigen die werken als eenmanszaak (zonder vennootschap) en aanvullend willen sparen bovenop hun VAPZ-plafond.
- Vanaf 10 januari 2026 is de verzekeringstaks van 4,4% op POZ-premies afgeschaft (NSZ / Amonis 2026) — POZ is daardoor fiscaal aantrekkelijker geworden.
- Niet aftrekbaar als beroepskost (anders dan VAPZ), maar geeft recht op een belastingvermindering van 30% (in het kader van pensioensparen).
- Vraag je sociaal verzekeringsfonds voor actuele regels en plafonds.
IPT — Individuele Pensioentoezegging:
- Voor zelfstandigen die werken via een vennootschap (bv. BV).
- Premies betaald door de vennootschap, tot bepaalde limieten via de 80%-regel.
- Premies aftrekbaar voor de vennootschap (geen RSZ op de premie binnen de regel).
- Hoger plafond dan VAPZ (typisch €5.000–€20.000+ per jaar afhankelijk van loon en bestaande pensioenrechten).
Voor een zelfstandige met BV is VAPZ + IPT samen vaak optimaal: VAPZ tot je individuele plafond, IPT bovenop via de vennootschap. Reken altijd door met je boekhouder — de 80%-regel en de impact op vennootschapsbelasting maakt dit complex.
⚠️ Pensioenwetgeving voor zelfstandigen is in evolutie. Recente hervormingen (2023-2025) hebben enkele plafonds en regels gewijzigd. Bevestig actuele cijfers bij FOD Financiën of een erkend pensioenadviseur.
5. Tak21 vs tak23: welke onderliggende vorm?
Voor pijler-3 pensioensparen, EIP, VAPZ en IPT moet je vaak kiezen tussen een tak21- of tak23-vorm.
| Tak21 | Tak23 | |
|---|---|---|
| Rendement | Gegarandeerd minimum 2,50% — alléén voor pijler-2 (EIP / groepsverzekering / VAPZ / IPT, WAP-vloer sinds 1 jan 2025). Voor een individuele pijler-3 tak21 pensioenspaarverzekering geldt het contractuele tarief van de verzekeraar (typisch 0,50%–1,50% in 2025-2026), géén wettelijk minimum (bron: FSMA). + winstdeling | Variabel, gekoppeld aan onderliggend fonds |
| Schommelingen | Geen | Ja (aandelen/obligaties) |
| Verwacht rendement op 25+ jaar | Laag | Doorgaans hoger |
| Risico | Vrijwel geen tot het verzekeraar-niveau | Marktrisico |
| Kosten | Premietaks 2% bij storting* + impliciete beheerkosten | Idem* + beheerkosten van onderliggend fonds (1–1,5%) |
| Voor wie | Wie absoluut geen schommelingen wil | Wie horizon lang genoeg heeft om schommelingen te dragen |
Algemene regel: als je nog 20+ jaar tot pensionering hebt, is tak23 historisch voordeliger geweest — maar reken altijd de alle-in kostenstructuur uit, want hoge tak23-beheerkosten kunnen het rendementsvoordeel uithollen.
⚠️ De 2%-premietaks geldt niet voor pensioenspaarverzekeringen (pijler-3 individueel via verzekeraar) — die zijn vrijgesteld. Voor langetermijnsparen geldt de premietaks wél (2% op elke storting — bron: DefA Finance / Federale). Pensioenspaarfondsen (via bank) vallen niet onder de premietaks. Bevestig bij je verzekeraar welke premietaks op jouw specifieke contract van toepassing is.
⚠️ Belgische tak23 sinds 2026: de nieuwe meerwaardebelasting van 10% is via fiscale transparantie van toepassing op de onderliggende beleggingen van Belgische tak23-contracten — behalve voor producten die kwalificeren als pensioensparen of langetermijnsparen. Tak23 is dus geen schone ontsnappingsroute voor de CGT.
6. Uitkering: belastingen op de wettelijke pensioenleeftijd
Bij uitkering op pensioenleeftijd wordt je kapitaal afzonderlijk belast — niet bij je gewone inkomen.
Pensioensparen (pijler 3):
- Eindbelasting van 8% op het opgebouwde kapitaal, te betalen op je 60ste (eenmalige inhouding op de “fictieve” waarde op dat moment). De fiscale-voordeel-stortingen kunnen voortgezet worden tot het einde van het jaar waarin je 64 wordt — daarna geen belastingvermindering meer.
- Als je vóór 60 het kapitaal opvraagt, geldt er een hogere bedrijfsvoorheffing (33% of meer afhankelijk van leeftijd) — een sterk negatieve fiscale impact.
- Voor wie pensioensparen pas startte na het 55ste jaar: de 8%-anticipatieve heffing valt op de 10de contractsverjaardag, niet automatisch op leeftijd 60.
Pijler 2 (groepsverzekering / EIP / VAPZ / IPT):
- Wettelijke pensioenleeftijd — drie cohorten (bron: Wikifin / Liantis):
- 65 jaar: geboren vóór 1 januari 1960.
- 66 jaar: geboren tussen 1 januari 1960 en 31 december 1963 (wettelijke pensioenleeftijd 66 sinds 1 januari 2025; eerste uitkeringen vanaf 1 februari 2025).
- 67 jaar: geboren vanaf 1 januari 1964 (wettelijke pensioenleeftijd nu reeds van kracht; de eerste pensioenuitkeringen in deze cohorte gaan in rond 2031).
- Bij uitkering op die wettelijke leeftijd:
- Werknemersbijdragen vóór 1 januari 1993: 16,5%; vanaf 1 januari 1993: 10% bedrijfsvoorheffing.
- Werkgevers- of vennootschapsbijdragen (groepsverzekering, IPT, EIP): 10% als je effectief actief bleef tot de wettelijke pensioenleeftijd of een volledige loopbaan (45 jaar) hebt — in beide gevallen moet je de drie jaar voorafgaand aan de uitkering effectief actief zijn gebleven; anders 16,5%.
- Solidariteitsbijdrage sinds 1 januari 2026: vlak 2% (was tot eind 2025 een tiered 0%–2%-stelsel). Vanaf juli 2027 komt daar een bijkomende 2% bij op het deel boven €150.000.
- RIZIV-bijdrage 3,55% op het bruto-uitkeringsbedrag.
- Bij vroegere uitkering (vóór wettelijke pensioenleeftijd): hogere tarieven — typisch 16,5% of 20% afhankelijk van scenario en leeftijd.
💡 Werken tot je wettelijke pensioenleeftijd (65 voor pre-1960; 66 voor 1960–1963; 67 voor 1964+) maakt fiscaal een significant verschil voor pijler-2-kapitaal: 10% vs 16,5% bedrijfsvoorheffing op werkgeversbijdragen. Vroegtijdige opname kan duizenden euro’s extra belasting kosten.
7. Praktische keuze: 1050 of 1350?
Voor pensioensparen pijler 3, een snelle decision tree:
- Ben je in de hoogste belastingschijf (50%)? → Storting verlaagt je belastbaar inkomen niet (pensioensparen werkt via belastingvermindering, niet aftrek). Maar de vermindering van 30% op €1.050 of 25% op €1.350 is voor jou nog steeds €315 / €337,50.
- Heb je nog 20+ jaar tot pensioen? → Het verhoogde plafond is op lange termijn voordelig — €300 extra in een fonds met compound effect over 20+ jaar.
- Heb je nog ruimte in je budget? → De extra netto-kost is €277,50 — kun je dat missen?
Indicatieve aanbeveling (geen advies): spaar je minder dan €1.260 per jaar? Blijf bij €1.050 — de 30%-vermindering is dan absoluut voordeliger (FOD Financiën). Spaar je meer dan €1.260 én zijn alle drie hierboven ja, dan is €1.350 doorgaans de betere keuze. Als één van deze nee is, blijf bij €1.050.
Voor de keuze tak21 vs tak23 (binnen pensioensparen): vraag bij je bank/verzekeraar het verschil in kostenstructuur en historisch rendement op. Reken het verschil over je resterende horizon door — een fonds dat 1% méér beheerkosten heeft dan de concurrent, kost je over 25 jaar zo’n ≈ 20–22% van je eindkapitaal (5% rendement, 1,2% kost; 25%+ onhaalbaar).
Bronnen & verder lezen
- Federale Pensioendienst — www.sfpd.fgov.be
- Wikifin — Pensioensparen
- FOD Financiën — Pensioensparen en fiscaal voordeel
- FSMA — Aanvullende pensioenen
- RIZIV — Solidariteitsbijdrage en Riziv-bijdrage
- INASTI — VAPZ voor zelfstandigen
Alle gidsen over dit thema
Verder bouwen aan je pensioen
- IPT uitgelegd — Pensioencomplement opbouwen via je eigen vennootschap
- Pensioen voor expats in België — Hoe expats hun pensioenrechten in België opbouwen
- Beleggen na je pensioen — Van vermogen opbouwen naar verstandig afbouwen en opnemen
Vroeger stoppen en vermogen doorgeven
- FIRE-strategie in België — Vervroegd financieel onafhankelijk worden binnen het Belgische kader
- Asset allocatie volgens leeftijd — Hoe je portefeuilleverdeling mee-evolueert tot na je pensioen
- Effecten schenken aan je kinderen — Vermogen fiscaal gunstig doorgeven tijdens je leven
- Erfenisbelasting per gewest — Successietarieven in Vlaanderen, Brussel en Wallonië vergeleken

