Onderdeel van:
Beleggingsfundamenten: hoe beleggen werkt en waarom
📅 Laatst bijgewerkt: 8 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: Compound interest, samengestelde rente, beginners
· 🇧🇪 Voor: Belgische beginners
Compound interest (samengestelde rente) is wiskundig simpel maar emotioneel moeilijk te bevatten. Het is het effect dat je rendement zélf rendement gaat opleveren — en hoe langer je horizon, hoe sterker dit effect.
De basis-formule
Eindkapitaal = Inleg × (1 + rendement)^aantal jaren
Voorbeeld: €1.000 belegd aan 7% per jaar.
| Jaar | Kapitaal |
|---|---|
| 0 | €1.000 |
| 5 | €1.403 |
| 10 | €1.967 |
| 20 | €3.870 |
| 30 | €7.612 |
| 40 | €14.974 |
Op 40 jaar wordt je inleg vrijwel 15 keer zo groot, zonder dat je iets hebt bijgelegd. Dat is compound interest.
Wat als je periodiek bijlegt?
€200/maand belegd aan 7% per jaar:
| Periode | Eindkapitaal | Bijgelegd | Rendement-deel |
|---|---|---|---|
| 10 jaar | ~€34.600 | €24.000 | €10.600 |
| 20 jaar | ~€104.000 | €48.000 | €56.000 |
| 30 jaar | ~€243.000 | €72.000 | €171.000 |
| 40 jaar | ~€525.000 | €96.000 | €429.000 |
Op 40 jaar heeft compound interest €429.000 toegevoegd aan je €96.000 zelf-ingelegde geld.
Het verschil tussen vroeg en laat beginnen
Persoon A belegt €200/maand vanaf 25 tot 65 (40 jaar): eindbedrag ~€525.000.
Persoon B belegt €200/maand vanaf 35 tot 65 (30 jaar): eindbedrag ~€243.000.
Het verschil van €282.000 komt grotendeels door 10 extra jaren compound — niet door 10 extra jaren van inleg (€24.000 méér).
Persoon C wacht tot zijn 45e en belegt vanaf dan €400/maand (dubbel zoveel) tot 65 (20 jaar). Eindbedrag: ~€208.000 — nog steeds minder dan persoon A die de helft inlegde maar 20 jaar eerder begon.
💡 Tijd is jouw grootste hefboom. Wie 25 is en niet belegt, mist iets dat zijn 35-jarig zelf zelfs met dubbele inleg niet kan terughalen.
De regel van 72
Een handig vuistregeltje: bij gemiddeld rendement r% per jaar verdubbelt je geld ongeveer elke 72/r jaar.
| Rendement | Verdubbel-tijd |
|---|---|
| 4% | 18 jaar |
| 6% | 12 jaar |
| 8% | 9 jaar |
| 10% | 7,2 jaar |
Bij een gemiddeld wereld-aandelen-rendement van ~7% reëel verdubbelt je vermogen elke ~10 jaar. Op 40 jaar = ~3,89 verdubbelingen = ~15× je oorspronkelijke kapitaal (precies: €1 wordt €14,97 bij exact 7%).
Hoe inflatie compound werkt tegen je
Compound interest werkt ook in de andere richting: aan een inflatie van 2,5% per jaar verliest €10.000 op 40 jaar 64% van zijn koopkracht. Geld op een spaarrekening dat niet ten minste de inflatie volgt, krimpt reëel.
Concreet voorbeeld:
- €10.000 op spaarrekening met 1,5% rente vs. 2,5% inflatie.
- Na 30 jaar: nominaal €15.631 (€10.000 × 1,015³⁰), reëel ~€7.452 in vandaag-koopkracht (na 2,5% inflatie).
Dezelfde €10.000 belegd aan 6% reëel rendement: na 30 jaar ~€57.435 in vandaag-koopkracht. Een verschil van ~7,7× (€57.435 / €7.448).
Kosten compound ook
1% extra beheerskosten per jaar lijkt niets. Op 30 jaar:
- 7% bruto rendement, 0,2% kosten → 6,8% netto → ~€73.000 op €10.000 inleg.
- 7% bruto rendement, 1,2% kosten → 5,8% netto → ~€55.000 op €10.000 inleg.
Verschil: €18.000 minder eindkapitaal, alleen door 1% méér kosten. Dit is de reden waarom lage-kosten ETF’s historisch presteren beter dan dure actieve fondsen, niet omdat ze “slimmer” zijn.
Praktische take-aways
- Begin nu, ook met een klein bedrag. €50/maand op je 25e is op je 65e meer waard dan €200/maand op je 45e.
- Verminder kosten — TER, transactiekosten, belasting. Elke procent telt over decennia.
- Herinvesteer dividenden — kapitaliserende ETF’s doen dit automatisch; bij distribuerende moet je het zelf opnieuw inleggen.
- Aanvaard schommelingen — wie tijdens een crash uitstapt, verbreekt het compound effect.
Wat er in een Belgische portefeuille méé compoundt
De rentecurve hierboven gaat uit van een onbelaste opbouw. In de praktijk lopen er twee fiscale effecten mee, en ze werken in tegengestelde richting.
1. De instapkost werkt tegen je — bij elke storting opnieuw
Beurstaks wordt geheven op elke aankoop. Een kapitaliserende ETF op de FSMA-lijst kost 1,32% per storting, een fonds aan 0,12% elf keer minder. Bij maandelijks beleggen betekent dat: elke inleg in het dure fonds begint 1,32% achter, en dat verschil compoundt mee over de hele looptijd.
Op €200 per maand is dat €31,68 per jaar tegenover €2,88. Over twintig jaar is niet alleen het verschil in gestorte bedragen relevant, maar ook het rendement dat je op dat verschil had kunnen maken.
2. Kapitalisatie stelt belasting uit — dat helpt, maar het is uitstel
Een kapitaliserend fonds keert niets uit, dus er is geen jaarlijkse roerende voorheffing van 30% die je herbeleggingsbasis afroomt. Dat is een reëel compounding-voordeel tegenover een distribuerend fonds.
Maar sinds 1 januari 2026 wordt de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop belast aan 10% boven de jaarlijkse vrijstelling van €10.000. Het voordeel is dus uitstel, niet afstel — en de heffing landt aan het einde, op een basis die de hele periode is meegegroeid.
Wat dit praktisch betekent
- Het tarief van het fonds weegt zwaarder dan de TER bij regelmatige stortingen: 1,20% verschil op de instap versus 0,20% per jaar.
- Spreid verkopen over kalenderjaren wanneer je uiteindelijk afbouwt, zodat je de vrijstelling van €10.000 meermaals gebruikt.
- Tijd blijft de belangrijkste factor — geen enkele fiscale optimalisatie compenseert tien jaar niet beleggen.
Bronnen
- Wikifin — Compound interest en lange termijn
- ECB — Inflatiedoelstelling
- SPIVA Europe — Lange-termijn studie marktrendement
