Spaardeposito, termijnrekening of hoogrentende spaarrekening? De vier vehikels naast elkaar (2026)

📅 Laatst bijgewerkt: 16 mei 2026
 ·  🏷 Onderwerp: Spaarrekening, termijnrekening, kasbon, Bon d’État, Garantiefonds
 ·  🇧🇪 Voor: Belgische particulieren die hun spaarpot willen verdelen

In 2026 staan vier spaar- en depositovehikels naast elkaar in de Belgische rekken: de gereglementeerde spaarrekening, de niet-gereglementeerde spaarrekening, de termijnrekening en de kasbon. Daarnaast is er de staatsbon (Bon d’État) — geen bankproduct, maar wel een directe concurrent voor wie zijn geld even wil vastzetten.

De keuze tussen die vehikels lijkt simpel (“welke geeft de hoogste rente?”), maar wordt complex zodra je drie dingen tegelijk wil afwegen: het fiscale regime (15 % of 30 % roerende voorheffing — en al dan niet met vrijstelling), de liquiditeit (kan je morgen aan je geld?) en het dekkingsniveau van het Garantiefonds. Banken zelf vergelijken vrijwel nooit hun producten met die van een concurrent; comparators als Spaargids tonen wel een ranglijst maar leggen het onderliggende verschil zelden uit. Deze gids probeert die leemte te vullen.

1. De vier vehikels in één tabel

Hieronder de vier hoofdvehikels, met een vijfde rij voor de staatsbon ter vergelijking. We gebruiken in heel het artikel de Belgische terminologie; tussen haakjes staat de inhoud kort uitgelegd.

Vehikel Looptijd Vroegtijdige opvraging Garantiefonds €100 k? Roerende voorheffing
Gereglementeerde spaarrekening (de “klassieke” spaarboekje met fiscale gunst) Onbeperkt, vrij opvraagbaar Ja, kosteloos — getrouwheidspremie kan wel wegvallen Ja 15 % boven de vrijstelling van € 1 020 per persoon per jaar
Niet-gereglementeerde spaarrekening (rekening met betere voorwaarden maar zonder fiscaal voordeel) Onbeperkt, vrij opvraagbaar Ja, kosteloos Ja 30 % zonder vrijstelling
Termijnrekening (rekening waarop u kapitaal voor een vaste periode plaatst) Meestal 3 maanden tot 5 jaar Beperkt of met boete (per bank verschillend) Ja 30 % zonder vrijstelling
Kasbon (genaamd “bon de caisse”, schuldtitel uitgegeven door een Belgische bank) Meestal 1 tot 10 jaar Niet of slechts via verkoop op secundaire markt Ja (op naam / gedematerialiseerd) 30 % zonder vrijstelling
Staatsbon (Bon d’État, schuldtitel uitgegeven door de Belgische Staat — ter vergelijking) 1, 3, 5, 8 of 10 jaar Enkel via verkoop op secundaire markt Nee — rechtstreekse vordering op de Belgische Staat 30 % (de 15 % uit september 2023 was een eenmalige uitzondering)

💡 De “hoogrentende spaarrekening” uit de titel is geen aparte juridische vorm. In de marketing van banken duidt de term meestal op een gereglementeerde spaarrekening met bovengemiddelde basis- en getrouwheidsrente (denk aan Santander, NIBC, MeDirect, Trade Republic). Soms is het echter een niet-gereglementeerde rekening met een lokrente die enkel het eerste jaar geldt. Lees altijd in de productfiche welk regime van toepassing is — de fiscale impact verschilt aanzienlijk.

📌 Niet elke Belgische retailbank biedt overigens een niet-gereglementeerde spaarrekening aan particulieren aan. Sommige spelers (bv. Santander) verklaren expliciet alleen het gereglementeerde model te commercialiseren; niet-gereglementeerd is geen universele optie. Wie specifiek op zoek is naar zo’n rekening (vaak voor zakelijke of grensoverschrijdende doeleinden), moet per bank verifiëren of het product in 2026 nog effectief beschikbaar is.

Wat is “gereglementeerd”?

Een spaarrekening heet gereglementeerd wanneer ze voldoet aan de voorwaarden van artikel 21, 5° WIB 92 en het Koninklijk Besluit van 27 augustus 1993 tot uitvoering daarvan. Concreet:

  • de rente bestaat uit een basisrente (verworven bij elke storting) plus een getrouwheidspremie (verworven na 12 maanden ononderbroken behoud op dezelfde rekening);
  • de rekening is vrij opvraagbaar zonder boete;
  • de basisrente en getrouwheidspremie respecteren een wettelijk minimum (in de praktijk consequent aangeduid als 0,01 % basis + 0,10 % getrouwheid op basis van het KB van 27 augustus 1993; de exacte KB-tekst is via primaire bron te raadplegen op ejustice.just.fgov.be) en een wettelijk maximum;
  • er zijn geen opvragingskosten voor de spaarder.

Alleen die rekeningen genieten het 15 %-tarief én de vrijstelling van € 1 020 per persoon per jaar.

2. Het fiscale regime — vrijstelling, 15 % en 30 % in 2026

De fiscale behandeling is voor de meeste Belgen het belangrijkste verschil tussen deze vehikels.

2.1 De vrijstelling van € 1 020 (enkel gereglementeerde rekening)

Op een gereglementeerde spaarrekening is de eerste schijf rente vrijgesteld van roerende voorheffing: € 1 020 per persoon per jaar in 2026, en zo ook voor de aanslagjaren 2027 t/m 2030 (de indexering is bevroren onder het regeerakkoord Arizona — zie FOD Financiën). Voor een wettelijk samenwonend of gehuwd koppel telt de vrijstelling dubbel, ongeacht op wiens naam de rekening staat: € 2 040 per jaar.

Boven die schijf geldt op een gereglementeerde rekening het gunsttarief van 15 % in plaats van het algemene tarief van 30 %.

2.2 De € 1 020-vrijstelling vertaald naar een spaarbedrag

De vrijstelling wordt uitgedrukt in rente, niet in kapitaal. Het bedrag waarop je geen voorheffing betaalt, hangt dus af van de rente die je bank biedt. Een paar rekenvoorbeelden voor één persoon in 2026:

Rente op gereglementeerde rekening Spaarbedrag waarvan alle rente vrijgesteld is
1,00 % ~ € 102 000
2,00 % ~ € 51 000
3,00 % ~ € 34 000

Hoe hoger de rente, hoe sneller je in het 15 %-vak terechtkomt. Voor een gewone spaarder met enkele tienduizenden euro buffer is de vrijstelling in de praktijk genoeg om alle rente vrij van voorheffing te innen.

2.3 Niet-gereglementeerd, termijnrekening en kasbon: 30 % zonder vrijstelling

Op een niet-gereglementeerde spaarrekening, een termijnrekening of de coupon van een kasbon wordt 30 % bevrijdende roerende voorheffing ingehouden — er is geen vrijstelling van € 1 020. Die € 1 020 is een gunst die uitsluitend aan het wettelijk kader van de gereglementeerde rekening hangt.

Een bank die een niet-gereglementeerde rekening aanbiedt aan een hogere bruto-rente, moet die rente daarom afmeten tegen de netto-rente op een gereglementeerde rekening na voorheffing. Een paar voorbeelden voor een bedrag dat al boven de vrijstelling zit:

  • Gereglementeerd op 2,00 % bruto = 1,70 % netto (na 15 %).
  • Niet-gereglementeerd op 2,00 % bruto = 1,40 % netto (na 30 %).
  • Niet-gereglementeerd op 2,40 % bruto = 1,68 % netto (na 30 %) — nog net lager dan gereglementeerd op 2 % bruto.
  • Niet-gereglementeerd op 2,43 % bruto1,70 % netto (na 30 %) — dit is het werkelijke break-even-punt: vanaf 2,43 % bruto haalt een niet-gereglementeerde rekening dezelfde netto-opbrengst als een gereglementeerde rekening op 2 % bruto, daarboven een hogere.

2.4 De nieuwe meerwaardebelasting (10 %) raakt deze vehikels niet

De meerwaardebelasting van 10 % die sinds 1 januari 2026 in voege is (Wet van 6 april 2026, BS 21 april 2026; de parlementaire stemming in de Kamer vond plaats op 3 april 2026) belast meerwaarden op financiële activa bij realisatie. Rente op een spaarrekening, termijnrekening of kasbon is geen meerwaarde maar inkomen, en blijft dus onder het regime van de roerende voorheffing. Voor wie zijn staatsbon verkoopt op de secundaire markt vóór de vervaldag tegen een meerwaarde, kan de 10 % wel van toepassing zijn — bij hold-to-maturity blijft het 30 % RV op de coupon.

3. Liquiditeit versus rente — wat geef je op?

De vier vehikels lopen uiteen op één dimensie die je vaak vergeet tot je het geld plots nodig hebt: liquiditeit. Het is geen bijzaak; in een Belgische context (gemiddelde maandlasten, onverwachte kosten, woninguitgaven) is liquiditeit voor veel spaarders meer waard dan een paar tienden procent extra rente.

Vehikel Hoe snel aan je geld? Mogelijke kost van vervroegde opvraging
Gereglementeerde spaarrekening Onmiddellijk (zelfde dag of T+1) Verlies van getrouwheidspremie op het opgevraagde bedrag
Niet-gereglementeerde spaarrekening Onmiddellijk Meestal geen — afhankelijk van de bank
Termijnrekening Op vervaldag (zonder boete) Vervroegd: vaak een breakage fee of een rente-reductie, in sommige gevallen onmogelijk
Kasbon Op vervaldag (zonder boete) Vervroegd: enkel via verkoop op secundaire markt — niet altijd liquide, met mogelijk verlies
Staatsbon Op vervaldag (zonder boete) Vervroegd: enkel via secundaire markt; prijs schommelt met marktrente

💡 De algemene leidraad: hoe minder liquide het product, hoe hoger de rente die je in ruil mag verwachten. Banken betalen jou extra voor het risico dat zij jouw geld een tijd kunnen gebruiken zonder dat je het kan opeisen.

In de praktijk komt dat neer op een gelaagde aanpak die veel huishoudens hanteren:

  1. Eerste maandlasten op een zichtrekening — direct beschikbaar, zelden rente.
  2. Noodfonds (3-6 maanden vaste lasten) op een gereglementeerde spaarrekening — liquide, en de eerste schijf rente fiscaal vrijgesteld. Zie Noodfonds opbouwen.
  3. Spaargeld met een planhorizon van 6-24 maanden — gereglementeerde rekening (eenvoud) of een korte termijnrekening (hogere rente, maar je legt het geld vast).
  4. Geld dat je 2-10 jaar niet nodig hebt — termijnrekening of kasbon kan zinvol zijn; voor langere horizons komt een gediversifieerde beleggingsportefeuille in beeld. Zie Beleggingsfundamenten.

Wie alles op één product zet — bijvoorbeeld alles op een 5-jaars termijnrekening om de rente te maximaliseren — ruilt liquiditeit voor rendement. Dat kan een rationele keuze zijn, maar enkel als de noodfonds-laag al elders staat.

4. Het Garantiefonds — wat is wel en wat is niet gedekt?

Het Belgisch Garantiefonds voor financiële diensten betaalt depositohouders terug tot € 100 000 per persoon en per kredietinstelling als die instelling failliet zou gaan. Het plafond is gezamenlijk per persoon per bank — niet per rekening en niet per groep. Wie € 80 000 op een spaarrekening en € 30 000 op een termijnrekening bij dezelfde bank heeft staan, is in totaal gedekt voor € 100 000, niet voor € 110 000.

Wat valt onder de € 100 000-bescherming?

Per Garantiefonds FAQ — Welke producten worden beschermd? (geraadpleegd 16 mei 2026):

  • Deposito’s bij een Belgische kredietinstelling: zichtrekening, gereglementeerde spaarrekening, niet-gereglementeerde spaarrekening, termijnrekening.
  • Kasbons uitgegeven door een Belgische kredietinstelling, mits op naam gesteld of geregistreerd op een gedematerialiseerde / nominatieve rekening. (De cutoff van “uitgegeven vóór 2 juli 2014” geldt enkel voor obligaties en andere bankeffecten, niet voor kasbons — de productpagina’s van Belfius en Crelan bevestigen dit expliciet.)
  • Staatsbons (Bon d’État) — vallen er niet onder. Een staatsbon is een rechtstreekse schuldvordering op de Belgische Staat (Federaal Agentschap van de Schuld); het terugbetalingsrisico is het kredietrisico van de Staat. De Belgische ratings per mei 2026 staan op AA- (S&P), A1 (Moody’s), A+ (Fitch) en AA (DBRS), telkens met stabiele outlook — investment grade, geen AAA.
  • Obligaties en andere bankeffecten uitgegeven na 2 juli 2014 — niet gedekt.
  • Aandelen, fondsen, ETF’s — niet gedekt door het Garantiefonds; voor effecten op een effectenrekening geldt wel een aparte bescherming tot € 20 000 in geval van fraude of disfunctie van de bewaarinstelling.

Spreiding over meerdere banken

Wie meer dan € 100 000 spaargeld heeft, kan dat spreiden over verschillende juridisch onafhankelijke kredietinstellingen om binnen het plafond te blijven. Let op: twee merken die tot dezelfde juridische bank behoren (bijvoorbeeld een bank en haar online-label), tellen samen voor het Garantiefonds. Wikifin en het Garantiefonds publiceren lijsten van de aangesloten instellingen.

5. Concrete 2026-rentes — wat zien we vandaag?

⚠️ Tarieven per 16 mei 2026 — verifieer actueel. Rentes op spaar-, termijn- en kasbonproducten veranderen continu en per bank. De cijfers hieronder zijn een momentopname; banken kunnen ze morgen al wijzigen. Voor de actuele vergelijking: Wikifin vergelijkingstool spaarrekeningen, Spaargids en de productpagina’s van de banken zelf.

Gereglementeerde spaarrekening (mei 2026, indicatief)



Categorie Basisrente Getrouwheidspremie Totaal vanaf 12 mnd
Hoogrentende banken (Santander, NIBC, MeDirect) 1,5 – 2,0 % 0,5 – 1,0 % 2,0 – 3,0 % (3 % is haalbaar bij NIBC Direct Getrouwheidsrekening — een gereglementeerd product zonder uitdrukkelijk maandplafond, maar verifieer altijd de actuele voorwaarden — en bij producten met een depositoplafond zoals ING Tempo Sparen met een storting van maximaal € 500/maand op 3,00 % totaalrente; vdk Ritme — zelfde stortingslimiet — staat per 2026-05-17 op 2,95 % totaalrente)
Grote retailbanken (KBC, BNP Paribas Fortis, Belfius, ING) 0,3 – 1,0 % 0,3 – 1,5 % 0,6 – 2,3 %
Wettelijk minimum 0,01 % 0,10 % 0,11 %

⚠️ Trade Republic valt NIET onder het gereglementeerde regime. Het Trade Republic-spaarproduct is een rente op cashsaldo bij Trade Republic Bank GmbH (Duitse bank, BaFin-toezicht), géén Belgische gereglementeerde spaarrekening. Daarop geldt 30 % roerende voorheffing zonder de € 1 020 vrijstelling — zie §5 termijnrekening-tekst hieronder voor de correcte behandeling.

📊 De lagere ondergrens voor grote retailbanken (0,6 % i.p.v. 1,0 %) reflecteert de werkelijke cijfers per bankshopper.be op 16 mei 2026: Belfius 0,60 %, BNP Paribas Fortis 0,75 %, KBC 0,90 % (totaalrente vanaf 12 mnd). ING zit met 2,25 % aan de bovenkant van die groep.

Termijnrekening (mei 2026, indicatief)


Bank Looptijd 1 jaar Looptijd 3 jaar
Hoogrentende uitdagers (NIBC Direct, MeDirect, Aion) 1,9 – 2,9 % 2,1 – 2,9 %
Grote retailbanken 1,0 – 1,8 % 1,3 – 2,0 %


📊 Deze banden zijn indicatief, geen rentebod. Aion’s tarieven zijn uitsluitend via de Aion-app raadpleegbaar (1,90 % op 1 jaar en 2,10 % op 3 jaar, in-app bevestigd op 2026-05-16). NIBC Direct en MeDirect publiceren hun tarieven wél op de eigen productpagina én via bankshopper.be (per 2026-05-17 bv. NIBC Direct 2,00 % en MeDirect 2,86 % bruto op 1 jaar). Raadpleeg altijd de officiële productpagina of bankshopper voor het actuele tarief voor uw specifieke looptijd en bedrag, aangezien rentes in dit segment snel bewegen.

Trade Republic communiceert geen klassieke “termijnrekening” maar wel een rente op cashsaldo op de Trade Republic-rekening. Die rente staat los van de termijnrekeningmarkt en kan worden aangepast aan marktomstandigheden; raadpleeg Trade Republic’s eigen productdocumentatie voor het actuele tarief en de exacte voorwaarden.

Kasbon (mei 2026 — Belfius productpagina, retrieved 2026-05-16)

Looptijd Bruto rente Netto na 30 % RV
2 jaar 2,50 % 1,75 %
3 jaar 2,80 % 1,96 %
4 jaar 2,90 % 2,03 %
5 jaar 3,00 % 2,10 %
7 jaar 3,10 % 2,17 %
10 jaar 3,20 % 2,24 %


Bron: Belfius — Kasbon, geraadpleegd 16 mei 2026. Belfius biedt ook tussenliggende looptijden aan (6, 8, 9 jaar); raadpleeg de productpagina voor het complete overzicht. Andere Belgische banken hanteren een wisselend aanbod: zowel vdk bank als Crelan vermelden op hun productpagina’s per 2026-05-17 expliciet dat er momenteel geen kasbons worden aangeboden (alle looptijden “niet beschikbaar”) — wat illustreert dat zowel het aanbod als het tarief van bank tot bank en van maand tot maand verschillen.

6. Bon d’État — wanneer wint hij?

De staatsbon (Bon d’État) verdient een aparte plek omdat hij in een aantal gevallen rechtstreeks concurreert met de termijnrekening, hoewel hij geen bankproduct is.

Wat is een staatsbon?

Een schuldtitel uitgegeven door de Belgische Federale Schatkist, specifiek gericht op particulieren. De Staat leent geld van burgers, betaalt jaarlijks een coupon en betaalt het kapitaal terug op de vervaldag. Het Agentschap geeft staatsbons in principe vier keer per jaar uit (maart, juni, september, december) met verschillende looptijden — typisch 1, 3, 5, 8 en 10 jaar.

Fiscaliteit

De standaard roerende voorheffing op de coupon van een staatsbon is 30 %. De 15 % uit september 2023 was een eenmalige uitzondering die de regering toen invoerde om de 1-jaars uitgifte aantrekkelijker te maken; voor latere uitgiftes en voor de overige looptijden van 2023 geldt het standaardtarief van 30 % opnieuw.

Wanneer wint een staatsbon?

In drie scenario’s komt een staatsbon goed uit de vergelijking:

  1. Uitzonderlijke uitgiftes met een fiscaal gunsttarief (zoals september 2023). Wanneer de Staat de RV verlaagt om kapitaal aan te trekken, kan een staatsbon op netto-basis een termijnrekening kloppen.
  2. Spreiding van krediet­risico. Wie meer dan € 100 000 op één bank heeft staan, kan een deel verschuiven naar de Staat — niet onder dezelfde garantie, maar onder een ander soort tegenpartijrisico (de solvabiliteit van de Belgische Staat in plaats van die van één bank).
  3. Heel lange looptijden (8 of 10 jaar). Op die termijn zijn de standaardrentes van termijnrekeningen vaak conservatief; een staatsbon kan dan voor sommige spaarders een gelijke of hogere couponrente bieden, zij het zonder Garantiefonds.

Wanneer verliest hij?

Wanneer de uitgifteperiode “normaal” is (30 % RV, marktrente in lijn met termijnrekeningen), verliest de staatsbon meestal op twee fronten:

  • Liquiditeit lager: vervroegde verkoop kan enkel op de secundaire markt, tegen koers — bij stijgende rente verlies je kapitaal.
  • Geen depositogarantie: het terugbetalingsrisico ligt bij de Staat, niet bij het Garantiefonds. In normale omstandigheden is dat verschil verwaarloosbaar (de Belgische rating staat per mei 2026 stabiel investment grade), maar het is een ander soort risico dat je expliciet aanvaardt.

💡 De rangschikking is dynamisch: bij elke nieuwe staatsbonuitgifte loont het om de nieuwe couponrente naast de actuele termijnrekeningrentes te leggen, met de roerende voorheffing op beide kanten verrekend. Soms wint de bank, soms de Staat — er is geen permanente winnaar.

Voor wie liever in obligaties belegt

Lezers die de obligatie-route verder willen verkennen (bedrijfsobligaties, staatsobligaties met andere looptijden, obligatiefondsen) vinden meer context in Bedrijfsobligaties vs staatsobligaties en op de productpagina Staatsbon kopen.

Bronnen & verder lezen

Wettelijke basis en fiscaliteit:

Garantiefonds:

Staatsbon / Bon d’État:

Productpagina’s banken (voorbeelden, niet exhaustief):

Onze gerelateerde artikelen:

Beschermingsfonds, koppels en niet-gereglementeerde rekeningen

Drie regels die bepalen hoeveel u netto overhoudt, en die vaak over het hoofd worden gezien:

Depositobescherming geldt per bank én per persoon

De Belgische depositobescherming dekt €100.000 per bank per persoon. Dat is de eigenlijke reden om spaargeld over twee of drie banken te spreiden zodra u boven dat bedrag komt — niet het renteverschil. Een koppel met €300.000 is bij één bank slechts voor €200.000 gedekt; verdeeld over twee banken is het volledige bedrag beschermd.

Koppels verdubbelen de vrijstelling

De vrijstelling van roerende voorheffing op de eerste schijf intrest is per persoon. Voor een echtpaar of wettelijk samenwonenden komt dat samen op €2.040 per jaar vrijgestelde intrest. Bij een rente van 2% stemt dat overeen met ongeveer €51.000 spaargeld per persoon waarop u geen roerende voorheffing betaalt. Staat alles op één naam, dan benut u maar de helft van die ruimte.

Niet-gereglementeerde rekeningen: 30% vanaf de eerste euro

De vrijstelling en het verlaagde tarief van 15% gelden alleen voor gereglementeerde spaarrekeningen. Niet-gereglementeerde rekeningen — sommige termijnrekeningen en in de regel buitenlandse spaarrekeningen — vallen onder 30% roerende voorheffing vanaf de eerste euro, zonder vrijgestelde schijf. Een buitenlandse rekening met een hogere brutorente levert daardoor netto vaak minder op dan een Belgische gereglementeerde rekening.

Scroll naar boven