Onderdeel van:
Portefeuille-opbouw en asset allocatie
📅 Laatst bijgewerkt: 16 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: Asset allocatie, leeftijd, glide path
· 🇧🇪 Voor: Belgische beleggers in alle levensfases
Hoe verdeel je je portefeuille tussen aandelen, obligaties, vastgoed en cash naarmate je ouder wordt? Het concept heet glide path: een progressieve verschuiving van groei (aandelen) naar bescherming (obligaties) terwijl je horizon korter wordt.
De klassieke vuistregel: “100 – leeftijd”
Een vereenvoudigde formule: percentage aandelen = 100 – je leeftijd.
| Leeftijd | Aandelen | Obligaties |
|---|---|---|
| 25 | 75% | 25% |
| 35 | 65% | 35% |
| 45 | 55% | 45% |
| 55 | 45% | 55% |
| 65 | 35% | 65% |
Dit was lang de gangbare wijsheid. Tegenwoordig te conservatief voor de meeste mensen — moderne aanbevelingen schuiven naar “110 – leeftijd” of zelfs “120 – leeftijd” wegens langere levensverwachting en lager obligatie-rendement.
Modernere aanbeveling: “110 – leeftijd”
| Leeftijd | Aandelen | Obligaties |
|---|---|---|
| 25 | 85% | 15% |
| 35 | 75% | 25% |
| 45 | 65% | 35% |
| 55 | 55% | 45% |
| 65 | 45% | 55% |
Voor wie nog 30+ jaar tot pensioen heeft, is dit historisch een betere balans.
Concreet per leeftijd
25-jarige (horizon 40 jaar tot pensioen):
- 80-90% aandelen (wereldindex-ETF)
- 10-15% obligaties (defensief tegengewicht)
- 5% cash (noodfonds buiten portefeuille)
- Optioneel: 1-3% crypto als satelliet
- Doel: maximaal compound effect, schommelingen verdragen.
35-jarige (horizon 30 jaar):
- 70-80% aandelen
- 20-25% obligaties
- 5% cash
- Doel: nog veel groei, maar starten met defensief tegengewicht.
45-jarige (horizon 20 jaar):
- 60-70% aandelen
- 25-35% obligaties (eventueel start met vastgoed via GVV)
- 5% cash
- Doel: balans tussen groei en bescherming.
55-jarige (horizon 10 jaar):
- 50-60% aandelen
- 30-40% obligaties (kortere looptijden)
- 5-10% cash
- Doel: glide path naar pensioen, kleinere drawdowns.
65-jarige (pensioen, horizon 15-25 jaar):
- 30-50% aandelen (om inflatie te verslaan over levensduur)
- 40-60% obligaties (kort + middellang)
- 5-15% cash + reserveringen
- Doel: behoud van koopkracht + voorspelbaar inkomen.
Waarom blijven aandelen op pensioen belangrijk?
Een veelgemaakte fout: alles in obligaties zetten op pensioenleeftijd. Probleem: een 65-jarige in goede gezondheid heeft mogelijk 20-25 jaar voor zich. In die periode kan inflatie de koopkracht halveren als het kapitaal in lage-rendement-obligaties zit.
30-50% aandelen op pensioen is voor de meeste gezonde 65-jarigen verstandiger dan 0%. Het beschermt tegen het langlevingsrisico (te lang leven met te weinig geld).
De “bucket”-strategie
Een populaire alternatieve aanpak voor pensioenleeftijd:
- Bucket 1 (1-2 jaar uitgaven): cash + kortlopende obligaties. Voor onmiddellijke uitgaven, geen schommelingen.
- Bucket 2 (3-7 jaar uitgaven): middellange obligaties + dividend-aandelen. Stabiele cashflow.
- Bucket 3 (7+ jaar uitgaven): wereldaandelen-ETF. Groei voor inflatie-bescherming op lange termijn.
Wanneer Bucket 1 leegloopt, vul je hem opnieuw vanuit Bucket 2; Bucket 2 wordt aangevuld vanuit Bucket 3 (in goede beursjaren).
Persoonlijke aanpassingen
Vuistregels zijn vuistregels. Reden om af te wijken:
- Je hebt al een eigen woning + EIP + tak21: je hebt al veel “obligatie-achtige” exposure. Aandelendeel kan agressiever.
- Je hebt onstabiel inkomen (zelfstandige, freelancer): defensiever, want je portefeuille is je back-up.
- Erfenis verwacht: kan agressiever omdat externe vermogensbron geplanned is.
- Hoge risicobereidheid: kan 100% aandelen tot pensioen — historisch beter mits emotioneel houdbaar.
- Lage risicobereidheid: mogelijk meer in defensief — accepteer lager verwacht rendement.
Zie Risicoprofiel bepalen voor de psychologische kant.
Belgische context
Voor Belgische beleggers extra aandachtspunten:
- Pijler 1 (wettelijk pensioen): berekend als ~60% van het gemiddelde loopbaaninkomen (NIET het laatste loon), met een wage-cap rond €80.500 (2025). Voor een werknemer met loongroei levert dit gemiddeld ~43% van het laatste loon op (mediaan; OECD/SFPD-data); zelfstandigen typisch lager. Wettelijke pensioenleeftijd: geboren vóór 1960 = 65; 1960–1963 = 66 (sinds 1 feb 2025); 1964+ = 67 (vanaf 1 feb 2030).
- Pijler 2 (EIP/groepsverzekering): aanvullend, vaak in tak21 of tak23.
- Pijler 3 (pensioensparen): aanvullend.
- Pijler 4 (privé-belegging): het werk dat dit artikel beschrijft.
Reken je netto pensioeninkomen uit alle vier de pijlers en kijk of dat overeenkomt met je verwachte uitgaven. Het verschil = wat pijler 4 moet leveren.
🔗 Voor portefeuille-opbouw met concrete ETF-keuzes: zie Portefeuille-opbouw en IWDA vs VWCE.
Bronnen
- Wikifin — Beleggen volgens leeftijd
- Federale Pensioendienst — Wettelijk pensioenoverzicht
- Vanguard / BlackRock — Glide path research
