Laatst bijgewerkt: 2026-05-17 · Leestijd: 11 min · Onderwerp: Reynders-taks, meerwaardebelasting, obligatie-ETF · Voor: Belgische beleggers met fondsen of ETF’s
Op deze pagina
- Twee taksen, één meerwaarde — waar zit de overlap?
- De Reynders-taks (art. 19bis WIB92): wat valt eronder?
- De nieuwe meerwaardebelasting (Wet 6 april 2026): wat valt eronder?
- De anti-cumulregel in mensentaal: art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92
- Drie berekeningsmethoden voor een fonds of ETF
- Rekenvoorbeelden: pure aandelen-ETF, pure obligatie-ETF, gemengd fonds
- Wie houdt wat in? Belgische broker vs buitenlandse broker
- Praktische checklist
- Bronnen & verder lezen
Lead
Sinds 1 januari 2026 betaalt een Belgische particuliere belegger op de meerwaarde van een obligatie-ETF in principe twee taksen: de Reynders-taks van 30% (artikel 19bis WIB92) op het rentecomponent én de nieuwe meerwaardebelasting van 10% (Wet 6 april 2026) op de rest van de meerwaarde. Op het eerste gezicht lijkt dat dubbele belasting. In de praktijk werkt het anders: de wet bevat een anti-cumulregel (art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92) die voorkomt dat dezelfde euro tweemaal belast wordt.
Voor pure aandelen-ETF’s (VWCE, IWDA, SPY, …) verandert er niets aan de Reynders-discussie: die fondsen vallen sowieso niet onder artikel 19bis. Daar geldt alleen het nieuwe 10%-regime. Voor gemengde fondsen en alle fondsen met meer dan 10% in obligaties wordt het complexer — drie verschillende berekeningsmethoden zijn mogelijk, afhankelijk van wat de fondsbeheerder publiceert.
Deze pagina legt uit hoe de twee regimes naast elkaar werken in 2026, wie wat moet aangeven, en welke valkuilen je moet kennen voor je een bond-ETF of een mixfonds verkoopt.
Twee taksen, één meerwaarde — waar zit de overlap?
Vóór 1 januari 2026 was de Reynders-taks het enige Belgische heffingsregime op de meerwaarde van een fonds of ETF (afgezien van de TOB op aan- en verkoop). Een pure aandelen-ETF werd dus bij verkoop netjes onbelast verkocht; een obligatie-ETF werd belast aan 30% op het bondcomponent.
Met de invoering van de meerwaardebelasting op financiële activa via de Wet van 6 april 2026, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 21 april 2026 (geraadpleegd 2026-05-17), kreeg de wetgever een keuze: ófwel de Reynders-taks (artikel 19bis WIB92) afschaffen, ófwel beide taksen behouden en een coördinatieregel inbouwen. Eerder werd in de regeringsteksten gesproken over een afschaffing van de Reynders-taks, maar volgens de Tiberghien-analyse van 4 juli 2025 (geraadpleegd 2026-05-17) is de uiteindelijke keuze om beide regimes te behouden — met een non-cumulregel om dubbele belasting te vermijden.
De principes zijn dus eenvoudig:
- Pure aandelen-ETF (geen obligatiecomponent) → alleen 10% meerwaardebelasting (boven €10.000 vrijstelling).
- Pure obligatie-ETF (post-2018 aankoop) → 30% Reynders op de rente-component (TIS-difference) + 10% meerwaardebelasting op de residuele meerwaarde.
- Gemengd fonds met ≥10% obligaties (post-2018) → idem, opsplitsing tussen 30% Reynders en 10% CGT (meerwaardebelasting).
De moeilijkheid zit niet in het principe, maar in de bepaling van wat exact onder “rente-component” valt. Daar komt art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92 op de proppen — een non-cumulregel die de Reynders-basis eerst uit de globale meerwaarde licht, zodat de 10% CGT alleen het overschot raakt.
De Reynders-taks (art. 19bis WIB92): wat valt eronder?
De Reynders-taks heft 30% op de Belgische TIS (Taxable Income per Share) van het obligatiegedeelte van een fonds of ETF, op het moment van verkoop, omzetting of inkoop. De TIS omvat zowel interest als koersmeerwaarden uit schuldinstrumenten — niet enkel interest in enge zin. De taks dankt zijn naam aan Didier Reynders, de toenmalige minister van Financiën die de heffing introduceerde in 2006.
Twee drempels bepalen wanneer Reynders speelt, afhankelijk van wanneer je het fonds gekocht hebt, volgens de Wikifin-pagina over belastingen op Belgische beleggingen (geraadpleegd 2026-05-17):
- Aankoop vanaf 1 januari 2018: Reynders is van toepassing zodra het fonds minstens 10% in schuldinstrumenten belegt.
- Aankoop vóór 1 januari 2018: de oudere drempel van 25% geldt. Een mixfonds met 15% obligaties dat je in 2016 kocht, valt dus niet onder Reynders. (De 25%-drempel werd historisch verbonden aan de inmiddels afgeschafte EU-Spaarrichtlijn 2003/48/EG, maar blijft als drempelcriterium in art. 19bis WIB92 gelden voor pre-2018-aankopen.)
Voor de berekening kijkt de Belgische fiscus naar de TIS-waarde gepubliceerd door de fondsbeheerder. Volgens Curvo (geraadpleegd 2026-05-17) en de Bolero-pagina over belastbare producten (geraadpleegd 2026-05-17) wordt het verschil tussen de TIS op aankoopdatum en de TIS op verkoopdatum vermenigvuldigd met 30%. Geen TIS gepubliceerd? Dan grijpt de fiscus terug naar een fall-back op basis van het gemiddelde obligatiepercentage (zie § 5 verderop).
Praktische take-away: voor de Reynders-vraag is alleen het type fonds relevant (aandelen, obligaties, gemengd), niet je broker. Voor wie de taks inhoudt is je broker wél bepalend — daar komen we in § 7 op terug.
De nieuwe meerwaardebelasting (Wet 6 april 2026): wat valt eronder?
De Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa (BS 21 april 2026, geraadpleegd 2026-05-17) introduceert een nieuwe categorie diverse inkomsten in artikel 90 WIB92. Het regime ziet er als volgt uit:
- Tarief: 10% op de gerealiseerde meerwaarde bij verkoop, omzetting of inkoop van financiële activa.
- Toepassingsgebied: aandelen, obligaties, fondsen, ETF’s, kapitalisatiebeveks, tak21- en tak23-spaarcontracten (deels), crypto-activa.
- Jaarlijkse voetvrijstelling: €10.000 per belastingplichtige, opbouwbaar tot €15.000 over 5 jaar (geraadpleegd 2026-05-17). Niet gebruikt? Dan kan je elk jaar €1.000 ongebruikt saldo doorschuiven naar volgend jaar, met een plafond van €15.000.
- Inwerkingtreding: 1 januari 2026. Historische meerwaarden tot en met 31 december 2025 vallen niet onder het regime — de waarde op 31/12/2025 (“foto-waarde”) fungeert als nieuwe kostprijsbasis. Zie het Deutsche Bank-overzicht meerwaardebelasting (geraadpleegd 2026-05-17) voor de overgangsregeling.
Het nieuwe regime raakt dus in beginsel álle meerwaarden op financiële activa, inclusief de meerwaarde op een obligatie-ETF die ook al onder Reynders valt. Zonder coördinatieregel zou dezelfde euro winst dus tweemaal belast worden: één keer aan 30% (Reynders, op het rente-component) en één keer aan 10% (CGT, op de globale meerwaarde). Die overlap heeft de wetgever uitdrukkelijk willen vermijden.
De anti-cumulregel in mensentaal: art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92
De Wet van 6 april 2026 voegt via art. 10 (NUMAC 2026002780, BS 21 april 2026) een nieuwe paragraaf toe aan artikel 96/2 WIB92. Volgens de analyse van Denis-Emmanuel Philippe (Tax News, mei 2026) (geraadpleegd 2026-05-17) bepaalt art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92 dat inkomsten die reeds belastbaar zijn als roerend inkomen (waaronder de TIS-component die onder artikel 19bis WIB92 belast wordt) worden uitgesloten van de CGT-grondslag vóór het 10%-tarief toegepast wordt.
Vertaald naar een vuistregel werkt het zo, voor één obligatie- of mixfondsverkoop in 2026:
- Bereken de totale meerwaarde (verkoopprijs − foto-waarde 31/12/2025 of latere aankoopprijs, afhankelijk van wat van toepassing is).
- Bereken de TIS-difference (TIS verkoopdatum − TIS aankoopdatum, in valuta).
- 30% Reynders wordt geheven op de TIS-difference.
- De CGT-basis = totale meerwaarde − TIS-difference. Daar wordt 10% CGT op geheven (na aftrek van de jaarlijkse vrijstelling van €10.000).
Praktijk-analyses van Tiberghien (Nieuwe meerwaardebelasting krijgt vorm en Reynders-taks verrijst uit zijn as, geraadpleegd 2026-05-17) en Denis-Emmanuel Philippe (Wisselwerking Reynders-taks en meerwaardetaks, geraadpleegd 2026-05-17) bevestigen dat het effectieve gecombineerde tarief op een typische bond-ETF lager ligt dan de naïeve som “30% + 10%”: je betaalt 30% op een klein deel (de TIS-component) en 10% op de rest, niet 40% op het geheel.
Belangrijk: de €10.000-vrijstelling raakt alleen de CGT-basis, niet de Reynders-basis. Wie de vrijstelling al opgebruikt heeft op andere financiële activa, betaalt 10% op de volle residuele meerwaarde van de fondsverkoop.
Drie berekeningsmethoden voor een fonds of ETF
Niet elke fondsbeheerder publiceert een dagelijkse TIS. Op basis van de Value Square-analyse “Wat verandert aan de fiscaliteit van uw fonds en ETF?” (geraadpleegd 2026-05-17) hanteert de fiscus drie cascademethoden:
Methode 1 — TIS-waarde (voorkeur). Wanneer de fondsbeheerder een dagelijkse TIS-waarde berekent en publiceert, gebruikt de broker die voor de opsplitsing. Reynders 30% op TIS-difference, CGT 10% op residu.
Methode 2 — Asset-test / Fall-backmethode (fall-back).
Geen dagelijkse TIS? Dan kijkt de fiscus naar het gemiddeld percentage van het fonds dat in obligaties én cash belegd is over de voorbije referentieperiode (per Wikifin / FSMA-bron 2026-05-17). Dat percentage wordt vermenigvuldigd met de globale meerwaarde, en op dat bedrag is Reynders 30% van toepassing. De rest valt onder CGT 10%. Let op: Value Square hanteert in een eigen analyse de engere definitie “obligaties only”. Voor cash-rijke fondsen kan dit een verschil maken; raadpleeg bij twijfel de fondsbeheerder of een fiscalist.
Methode 3 — Volle Reynders (fall-back op fall-back). Geen TIS én geen asset-test mogelijk? Dan past de fiscus 30% Reynders toe op de volledige meerwaarde — er rest in dat geval geen residu voor de 10% CGT. Dit is voor de belegger fiscaal het ongunstigste scenario en komt vooral voor bij buitenlandse fondsen waarvan de samenstelling niet transparant gerapporteerd wordt.
Praktische take-away: wie een obligatie-ETF aanhoudt van een grote uitgever (iShares, Vanguard, Amundi, SPDR), zit doorgaans in Methode 1 — een TIS-attest is meestal beschikbaar via de Belgische broker. Voor obscure of niet-UCITS-fondsen is Methode 3 een reëel risico.
Rekenvoorbeelden: pure aandelen-ETF, pure obligatie-ETF, gemengd fonds
Drie scenario’s voor een verkoop in 2026, allemaal vertrekkend van de foto-waarde op 31/12/2025 als kostprijsbasis (overgangsregel). Voor de eenvoud nemen we aan dat de jaarlijkse €10.000 vrijstelling nog niet is opgebruikt.
Voorbeeld A — Pure aandelen-ETF (VWCE)
- Foto-waarde 31/12/2025: €20.000
- Verkoopprijs 30/06/2026: €23.000
- Gerealiseerde meerwaarde: €3.000
Reynders-taks: niet van toepassing (geen obligatiecomponent).
Meerwaardebelasting: €3.000 valt volledig binnen de jaarlijkse vrijstelling van €10.000 → €0 verschuldigd.
Een kleine winst op een pure aandelen-ETF blijft dus belastingvrij zolang de jaarlijkse vrijstelling niet overschreden wordt.
Voorbeeld B — Gemengd obligatiefonds (Bolero-voorbeeld 2026)
Op basis van het Bolero-voorbeeld voor de meerwaardebelasting op fondsen (geraadpleegd 2026-05-17), dat Bolero zelf framet als “gemengd obligatiefonds of -ETF dat zowel aandelen als obligaties bevat“:
- Aankoop 2026: €2.000
- Verkoop 2028: €2.500
- Gerealiseerde meerwaarde: €500
- TIS aankoop: 120 → TIS verkoop: 160 → TIS-difference: €40
Reynders-taks: €40 × 30% = €12.
Meerwaardebelasting: (€500 − €40) × 10% = €46 (op de residuele meerwaarde, na aftrek van de TIS-component).
Totaal: €58 op een meerwaarde van €500 → effectief tarief 11,6%.
Bij een naïeve cumul zonder anti-cumulregel zou je €500 × 30% + €500 × 10% = €200 betalen — bijna 3,5× zoveel. De non-cumulregel van art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92 doet hier z’n werk.
Voorbeeld C — Gemengd fonds (50% aandelen / 50% obligaties + cash, asset-test)
Stel: fonds zonder dagelijkse TIS-publicatie. Het gecombineerde percentage in obligaties + cash (per Wikifin/asset-test) bedraagt 50%.
- Aankoop: €10.000 (foto-waarde 31/12/2025)
- Verkoop 2027: €12.000
- Gerealiseerde meerwaarde: €2.000
Reynders-taks (Methode 2 — asset-test): 50% × €2.000 = €1.000 als Reynders-basis. €1.000 × 30% = €300.
Meerwaardebelasting: €2.000 − €1.000 = €1.000 als CGT-basis. Indien binnen €10.000 vrijstelling → €0.
Totaal: €300 op een meerwaarde van €2.000 → effectief tarief 15%.
De asset-test is per definitie minder precies dan de TIS-methode en valt meestal nadeliger uit voor de belegger.
Wie houdt wat in? Belgische broker vs buitenlandse broker
De opsplitsing tussen Reynders en CGT moet praktisch ergens gebeuren. Twee scenario’s:
Bij een Belgische tussenpersoon (Bolero, Keytrade, Belfius, KBC, MeDirect, Belgisch filiaal van Saxo): de broker verricht in principe beide inhoudingen aan de bron. Reynders zat al sinds 2006 in het automatisch inhoudingsregime; voor de 10% CGT geldt het broker-inhoudingsregime sinds 1 juni 2026 (art. 35 Wet 6 april 2026, geraadpleegd 2026-05-17). Concreet: bij verkoop van een bond-ETF zie je op je rekeninguittreksel twee aparte regels — Reynders en meerwaardebelasting.
Bij een buitenlandse broker zonder Belgische vertegenwoordiger (DEGIRO, Trade Republic, Interactive Brokers Ireland): je bent zelf aangifteplichtig voor beide taksen. De Reynders-taks geef je aan via Vak VII van de personenbelasting met TIS-attest van de fondsbeheerder;
de 10% meerwaardebelasting via Vak XV — de exacte vakcode voor de nieuwe CGT volgt in de aangifte AJ 2027 (FOD-aangiftegids AJ 2027 nog niet gepubliceerd op 2026-05-17 — exacte rubrieknummer volgt; raadpleeg fin.belgium.be vóór indiening).
DEGIRO doet bijvoorbeeld wel automatisch de TOB op aan- en verkoop, maar niet Reynders en (op datum van publicatie) ook niet de nieuwe CGT.
Praktische take-away: wie een grotere obligatie- of mixfondsportefeuille buiten België aanhoudt, krijgt vanaf aanslagjaar 2027 dus een aangifte met aanzienlijk meer regels dan voorheen. Verzamel de TIS-attesten én de transactie-overzichten van je broker voor elke verkoop in 2026 — beide bronnen heb je nodig.
Praktische checklist
- [ ] Type fonds bepaald? Pure aandelen-ETF → alleen 10% CGT. Obligatiefonds, gemengd fonds of fonds met >10% schuld (post-2018-aankoop) → opsplitsing Reynders + CGT.
- [ ] Foto-waarde 31/12/2025 vastgelegd? Bewaar broker-statement of waardering van 31/12/2025 als nieuwe kostprijsbasis voor de CGT-berekening — zonder dat raak je de overgangsregeling kwijt.
- [ ] TIS-attest verzameld? Voor elk fonds met een obligatiecomponent — vraag het bij je broker of rechtstreeks bij de fondsbeheerder op (iShares, Vanguard, Amundi, SPDR publiceren dit in hun belastingsdocumenten).
- [ ] €10.000 vrijstelling getrackt? De jaarlijkse vrijstelling raakt alleen de CGT-basis, niet de Reynders-basis. Verkoop pure aandelen-ETF’s bij voorkeur eerst om de vrijstelling op te gebruiken.
- [ ] Buitenlandse broker? Beide aangifteplichten bij jou. Reserveer tijd in juni-augustus 2027 voor de aangifte AJ 2027.
- [ ] Bij twijfel: vraag bevestiging aan je broker over welke methode (TIS / asset-test / volle Reynders) ze toepassen — dat kan een verschil van honderden euro’s per verkoop maken.
Bronnen & verder lezen
Primaire bronnen
- Wet van 6 april 2026 — volledige geconsolideerde wetstekst (ejustice Justel, NUMAC 2026002780) (geraadpleegd 2026-05-17)
- Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa — bevestiging publicatie BS 21 april 2026 (Moore Law) (geraadpleegd 2026-05-17)
- Wikifin — De belastingen op je Belgische beleggingen: Reynders-taks drempels 10% / 25% + 30% tarief (geraadpleegd 2026-05-17)
- news.belgium.be — Invoering meerwaardebelasting op financiële activa (officiële regeringscommunicatie) (geraadpleegd 2026-05-17)
- FOD Financiën — startpagina personenbelasting (aangifte AJ 2027) (geraadpleegd 2026-05-17)
Secundaire analyses (advocaten + fiscalisten)
- Tiberghien — Nieuwe meerwaardebelasting krijgt vorm en Reynders-taks verrijst uit zijn as (4 juli 2025) (geraadpleegd 2026-05-17)
- Tiberghien — Krijtlijnen nieuwe meerwaardebelasting (en requiem voor de Reynders-taks) (geraadpleegd 2026-05-17)
- Denis-Emmanuel Philippe Tax — Wisselwerking Reynders-taks en meerwaardetaks (art. 96/2, eerste lid, 6° WIB92) (geraadpleegd 2026-05-17)
- DVD Tax Law — De nieuwe Belgische meerwaardebelasting vanaf 1 januari 2026: een overzicht (geraadpleegd 2026-05-17)
- BDO — Capital gains tax on financial assets in 2026: complete guide (geraadpleegd 2026-05-17)
- Moore Law — Nieuwe meerwaardebelasting: wat weten we al? (geraadpleegd 2026-05-17)
- Value Square — Wat verandert aan de fiscaliteit van uw fonds en ETF? (drie berekeningsmethoden) (geraadpleegd 2026-05-17)
Broker- en fondsdocumentatie (TIS-mechaniek + worked examples)
- Bolero — Belastbare producten + voorbeeld bond-ETF (TIS 120 → 160) (geraadpleegd 2026-05-17)
- Curvo — Reynders-taks: alles wat je moet weten voor je beleggingen (geraadpleegd 2026-05-17)
- Deutsche Bank België — Nieuwe meerwaardebelasting: essentiële informatie (geraadpleegd 2026-05-17)
Eigen sister-artikelen op investnow.be
- Reynders-taks uitgelegd: 30% op het obligatiedeel van fondsen
- Belgische beleggingsbelastingen — pillar
- Vrijstelling €10.000 meerwaardebelasting: splitsing tussen partners + harvesting (verschijnt binnenkort — TX-03 nog niet gepubliceerd op 2026-05-17)
