Laatst bijgewerkt: 2026-06-30
Op deze pagina
- Wat is de effectentaks (JTER) en wie betaalt?
- Wat verandert er in 2026?
- Vanaf wanneer geldt het nieuwe tarief van 0,30%?
- Hoe wordt de gemiddelde waarde gemeten? De vier peildata
- Anti-misbruikregels: wat werkt niet meer?
- NBB-CAP: de fiscus krijgt meer zicht vanaf 1/12/2026
- Rekenvoorbeelden: €900.000, €1,2 miljoen, €5 miljoen
- Praktische checklist voor wie boven of net onder de drempel zit
- Bronnen & verder lezen
Lead
Het federale begrotingsakkoord van 24 november 2025 verdubbelt de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen (JTER) — in de volksmond effectentaks — van 0,15% naar 0,30% op de gemiddelde waarde boven 1 miljoen euro per rekening. De maatregel is opgenomen in art. 6 van de Programmawet, aangenomen door de plenaire vergadering van de Kamer op 28 mei 2026 (Doc 56 1378/037) en bekrachtigd + gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026. Art. 6 wijzigt art. 201/6, eerste lid WDRT door het getal ‘0,15’ te vervangen door het getal ‘0,3’. (Bronnen geraadpleegd 2026-06-30.)
De regering raamde de opbrengst op naar verwachting €400 à €460 miljoen per jaar (La Libre, 24/11/2025 — achter betaalmuur; meerdere practitioner-bronnen citeren €400M; Audit-3 herverifieert via memorie van toelichting Doc 56 1378/001) (geraadpleegd 2026-05-17). De wetgever koppelt de verhoging aan strengere anti-misbruikregels en een uitgebreide toegang voor de fiscus tot het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank (geraadpleegd 2026-05-17), inclusief crypto-rekeningen en buitenlandse effectenrekeningen.
Voor wie een effectenrekening met een gemiddelde waarde rond of boven 1 miljoen euro aanhoudt — bij een Belgische bank of bij een buitenlandse broker zoals Saxo, DEGIRO of Interactive Brokers — verandert er dus iets concreet. Deze pagina legt uit wat de regels zijn, wanneer ze ingaan, en welke berekeningsmechanismen je moet kennen om geen verrassing te krijgen op je rekeninguittreksel.
Wat is de effectentaks (JTER) en wie betaalt?
Let op: FOD Financiën heeft de pagina bijgewerkt na de BS-publicatie van 1 juni 2026: het oude tarief van 0,15% blijft van toepassing voor referentieperiodes eindigend vóór 1 juni 2026, en 0,30% voor referentieperiodes eindigend daarna. Wikifin toont op datum van schrijven (2026-06-30) nog uitsluitend het oude tarief van 0,15% — die pagina was voor het laatst bijgewerkt op 5 januari 2026.
De jaarlijkse taks op de effectenrekeningen werd ingevoerd door de Wet van 17 februari 2021 (BS 25 februari 2021, geraadpleegd 2026-05-17) en trad in werking op 26 februari 2021. De taks staat in het Wetboek Diverse Rechten en Taksen (WDRT), boek II, titel X, artikelen 201/3 tot en met 201/9/5.
In de praktijk werkt de taks zo:
- Je betaalt 0,15% (oud tarief) op de gemiddelde waarde van alle financiële instrumenten op één effectenrekening, als die gemiddelde waarde over de referentieperiode hoger is dan €1.000.000.
- De taks geldt per rekening, niet per persoon of per huishouden. Twee rekeningen van €600.000 vallen onder de drempel; één rekening van €1.200.000 valt erboven.
- De drempel van €1.000.000 is een harde drempel: ligt de gemiddelde waarde op €999.999, dan betaal je niets; ligt ze op €1.000.001, dan ben je belasting verschuldigd op de volledige gemiddelde waarde.
- Om grote drempelschokken te vermijden, plafonneert de wet de taks tot 10% van het verschil tussen de gemiddelde waarde en de drempel. Bij het nieuwe tarief van 0,30% loopt deze cap door tot een gemiddelde waarde van ongeveer €1.030.927,84 (= 100.000 / 0,097); boven dat bedrag werkt het normale tarief van 0,30%. (Bij het vorige tarief van 0,15% lag deze grens op €1.015.228,42 — een figuur die Wikifin op datum van schrijven nog vermeldt omdat de pagina nog niet is bijgewerkt; geraadpleegd 2026-06-30.)
Wie betaalt in de praktijk?
- Bij een Belgische tussenpersoon (KBC, Belfius, Bolero, BNP Paribas Fortis, ING, Keytrade, Nagelmackers, enz.) houdt de bank of broker de taks automatisch in en betaalt hem door aan de FOD Financiën. Je hoeft niets te doen — behalve het bedrag herkennen op je rekeninguittreksel rond december van het volgende kalenderjaar.
- Bij een buitenlandse broker zonder Belgische vertegenwoordiger (bijvoorbeeld Interactive Brokers via de Ierse entiteit, of een rekening bij een Luxemburgse private bank zonder Belgische afgifteagent) moet je zelf aangifte doen ten laatste 15 juli van het jaar na het einde van de referentieperiode, en de taks betalen ten laatste 31 augustus van datzelfde jaar, via MyMinfin (richtlijnen op de site van FOD Financiën) (geraadpleegd 2026-05-17).
Praktische take-away: controleer wie je tussenpersoon is. Als de naam van de aanbieder eindigt op een buitenlandse rechtsvorm (Ltd, GmbH, Limited, B.V., Inc.) of als de aanbieder geen Belgische vestiging heeft, is er een verhoogde kans dat jij aangifteplichtig bent.
Historische context. De voorganger-versie van deze taks (de Wet van 7 februari 2018 op de ‘effectentaks 1.0’) werd door het Grondwettelijk Hof in arrest nr. 138/2019 van 17 oktober 2019 integraal vernietigd. De huidige effectentaks 2.0 (Wet 17 februari 2021) is sindsdien eveneens voor het Hof aangevochten. Voor de meest recente rechtspraak rond de algemene anti-misbruikbepaling en de terugwerkingsdatum 30 oktober 2020 — buiten de scope van deze educatieve pagina — raadpleeg een fiscaal adviseur.
Wat verandert er in 2026?
Drie zaken veranderen tegelijk:
- Het tarief verdubbelt van 0,15% naar 0,30% (art. 201/6, eerste lid WDRT, gewijzigd door art. 6 Programmawet). De drempel van €1.000.000 blijft staan; alleen het percentage stijgt. Voor een rekening van precies €2.000.000 betekent dit dat de taks van €3.000 naar €6.000 per jaar gaat.
-
De anti-misbruikregels van artikel 201/4 WDRT worden in de praktijk strenger door uitgebreide gegevensuitwisseling. De wettelijke regels (splitsingen na 30 oktober 2020 = onweerlegbaar vermoeden van misbruik) bestaan al sinds 2021, maar de memorie van toelichting bij de Wet 17 februari 2021 (geraadpleegd 2026-05-17) en de Tiberghien-analyses tonen dat handhaving tot nu toe beperkt was. Met CAP-toegang vanaf 1 december 2026 (Wet diverse bepalingen 18 december 2025, BS 30 december 2025) wordt detectie veel gemakkelijker.
-
De fiscus krijgt vanaf 1 december 2026 toegang tot het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank voor toepassingen rond de effectentaks (Wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025, BS 30 december 2025), inclusief crypto-rekeningen en buitenlandse effectenrekeningen, volgens de meest recente verklarende nota van de NBB van april 2026 (geraadpleegd 2026-05-17). De eerste rapportering dekt de saldi op 31 december 2025 en 30 juni 2026.
De verhoging van het tarief en de uitbreiding van het CAP-net horen bij elkaar: het is bedoeld om zowel het tarief te verhogen als de ontsnappingsroutes te sluiten.
Vanaf wanneer geldt het nieuwe tarief van 0,30%?
Volgens art. 6 + slotbepaling art. 9 van de Programmawet aangenomen door de plenaire vergadering op 28 mei 2026 (Doc 56 1378/037) en bekrachtigd + bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026, treedt de verhoging in werking voor elke referentieperiode die eindigt vanaf 1 juni 2026 (afsluitdatum-logica, geen pro rata). FOD Financiën bevestigt op de pagina jaarlijkse taks op effectenrekeningen: “0,30 % voor effectenrekeningen waarvan de referentieperiode eindigt vanaf 1 juni 2026” (geraadpleegd 2026-06-30).
Dit betekent in de praktijk:
- Het nieuwe tarief van 0,30% geldt voor élke referentieperiode die eindigt vanaf 1 juni 2026 — ook als die periode al op 1 oktober 2025 begon.
- De referentieperiode loopt steeds van 1 oktober tot 30 september van het volgende kalenderjaar (art. 201/3 WDRT e.v.).
- Concreet: de lopende referentieperiode 1 oktober 2025 → 30 september 2026 wordt dus volledig aan 0,30% belast. De inhouding door je Belgische tussenpersoon gebeurt rond december 2026.
- Geen pro rata. De wetgever koos voor een “tarief op afsluitdatum”-logica: het tarief geldt voor de hele periode, ongeacht wanneer die periode is begonnen.
Praktische take-away: wie nu boven de drempel zit, kan ervan uitgaan dat de eerstvolgende inhouding (rond december 2026) op 0,30% berekend wordt — niet meer op 0,15%.
Hoe wordt de gemiddelde waarde gemeten? De vier peildata
De gemiddelde waarde wordt niet dagelijks gemeten. De fiscus kijkt naar de waarde op vier peildata binnen de referentieperiode (artikel 201/3 WDRT):
- 31 december
- 31 maart
- 30 juni
- 30 september
De som van die vier waarden wordt gedeeld door vier. Dat is de gemiddelde waarde waarop de taks wordt berekend.
Wat staat er op die peildata? Alle financiële instrumenten op de rekening: aandelen, obligaties, beursgenoteerde fondsen (ETF’s), gewone beleggingsfondsen, trackercertificaten, en sommige derivaten. Cashposities op de gekoppelde geldrekening tellen niet mee — alleen de inhoud van de effectenrekening zelf.
Wat valt buiten de taks?
- Pensioenspaarfondsen (derde pijler) — uitgesloten op grond van art. 201/3, 5° WDRT (geraadpleegd 2026-05-17).
- Tweede pijler (groepsverzekering, IPT, VAPZ) — uitgesloten op dezelfde grond.
- Tak 21 en Tak 23 levensverzekeringen — enkel als ze gestructureerd zijn als verzekeringscontract en niet als effectenrekening. Bij Tak 23-contracten is de verzekeringsinstelling de belastingplichtige, niet de individuele verzekerde — de verzekerde draagt de taks indirect via kosten.
- Aandelen op naam in een vennootschapsregister (niet op een effectenrekening) — uitgesloten, maar de anti-misbruikbepaling van artikel 201/4 viseert net de omzetting van rekeningeffecten naar effecten op naam als ontwijkingstechniek (zie volgende sectie).
Praktische take-away: voor wie schommelt rond de drempel telt timing. Een verkoop op 28 september of een storting op 5 oktober kan een peildatum verschuiven.
Anti-misbruikregels: wat werkt niet meer?
Sinds de invoering in 2021 voorziet artikel 201/4 WDRT in een tweeluik aan anti-misbruikregels — overgenomen uit de memorie van toelichting bij de Wet van 17 februari 2021 en uitgewerkt in de Tiberghien-analyse over splitsing en heropening (beide geraadpleegd 2026-05-17):
Laatste lid art. 201/4 — Twee onweerlegbare vermoedens van misbruik. De wet legt twee specifieke gevallen vast die altijd als misbruik worden beschouwd als ze plaatsvonden na 30 oktober 2020:
- Splitsen van één effectenrekening in meerdere rekeningen bij dezelfde tussenpersoon, met als gevolg dat geen enkele rekening nog boven €1.000.000 uitkomt.
- Omzetten van financiële instrumenten op de effectenrekening naar effecten op naam (vennootschapsregister), waardoor de rekening lager uitkomt op de peildata.
(De terugwerkingsdatum 30 oktober 2020 is door de wetgever opgenomen in art. 201/4 laatste lid; de exacte draagwijdte van deze terugwerking na constitutionele toetsing kan per dossier verschillen — raadpleeg een fiscaal adviseur als deze datum voor jouw concrete situatie kritiek is.)
§1 — Algemene anti-misbruikbepaling (weerlegbaar vermoeden). Naast deze twee onweerlegbare gevallen voorziet artikel 201/4 §1 in een algemene anti-misbruikregel: verrichtingen waarbij belastingontwijking het voornaamste doel is, kunnen door de fiscus worden genegeerd. De belastingplichtige kan tegenbewijs leveren. Hieronder valt onder meer het overdragen van effecten naar een buitenlandse effectenrekening buiten het zicht van een Belgische tussenpersoon. Dit is een weerlegbaar vermoeden — de belastingplichtige kan een legitieme niet-fiscale reden aanvoeren (Aternio-analyse, geraadpleegd 2026-05-17).
Eenvoudig gezegd: splitsen en converteren naar effecten op naam kán de fiscus volledig negeren. Verplaatsen naar het buitenland kán hij ook bestrijden, maar dan heb jij de kans je te verdedigen.
Wat eraan toegevoegd wordt vanaf 2026 — niet via nieuwe artikelen maar via handhaving:
- CAP-uitbreiding (1 december 2026): de fiscus ziet voortaan automatisch welke Belgen een buitenlandse effecten- of cryptorekening hebben, en bij welke instelling, volgens de verklarende nota NBB van april 2026 (geraadpleegd 2026-05-17).
- Aangifteplicht effectenrekening in buitenland in de personenbelasting (Vak XIII) blijft staan; combinatie met CAP-data laat kruiscontrole toe.
Praktische take-away: alle “splitstrucs” die populair waren in 2020 werken al niet meer juridisch (onweerlegbaar vermoeden). Vanaf 2026 worden ze ook praktisch veel sneller gedetecteerd door de fiscus.
NBB-CAP: de fiscus krijgt meer zicht vanaf 1/12/2026
Het Centraal Aanspreekpunt (CAP) (geraadpleegd 2026-05-17) is de databank van de Nationale Bank waarin alle Belgische banken het bestaan rapporteren van rekeningen die ze beheren — zicht-, spaar-, effecten- en termijnrekeningen, met IBAN en titularis. Sinds 2014 zijn ook buitenlandse rekeningen van Belgische rijksinwoners verplicht aan te geven aan het CAP (jaarlijkse aangifte naast Vak XIII van de personenbelasting).
Drie wijzigingen voor 2026 zijn relevant voor effectentaks:
- Eerste rapportering crypto-tegoeden dekt de saldi op 31 december 2025 en 30 juni 2026, volgens de Cobofisk-analyse (geraadpleegd 2026-05-17).
- CAP-toegang door de fiscus is uitgebreid naar de toepassing van de effectentaks zelf — niet alleen voor controles op inkomstenbelasting — via de Wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 (BS 30 december 2025), met inwerkingtreding op 1 december 2026.
- DAC8 op crypto vanaf 1/1/2026 levert parallelle gegevensstromen op (zie ons artikel over DAC8-rapportering — interne link, te valideren bij publicatie).
Praktische take-away: een buitenlandse broker is geen schaduwzone meer. De combinatie van CAP-meldplicht, DAC8-rapportering en automatische gegevensuitwisseling betekent dat de fiscus binnen één tot twee jaar een vrijwel volledig beeld krijgt van wat een Belgische resident in beheer heeft.
Rekenvoorbeelden: €900.000, €1,2 miljoen, €5 miljoen
Drie scenario’s met een veronderstelde gemiddelde waarde over de vier peildata. Alle cijfers gaan uit van het nieuwe tarief van 0,30% en de drempel van €1.000.000.
Voorbeeld 1 — gemiddelde waarde €900.000 (één rekening, één titularis)
Onder de drempel. Geen taks verschuldigd. Bij 0,15% noch bij 0,30%.
Voorbeeld 2 — gemiddelde waarde €1.200.000 (één rekening, één titularis)
Boven de drempel. Het 10%-plafond (max 10% van het verschil met de drempel) geldt niet meer vanaf een gemiddelde waarde van ongeveer €1.030.927,84 (bij het tarief van 0,30%; bij het oude tarief van 0,15% was deze grens €1.015.228,42), dus volledig op het normale tarief:
- Oud tarief 0,15%: €1.200.000 × 0,15% = €1.800
- Nieuw tarief 0,30%: €1.200.000 × 0,30% = €3.600
- Verschil per jaar: +€1.800
Voorbeeld 3 — gemiddelde waarde €5.000.000 (één rekening, één titularis)
- Oud tarief 0,15%: €5.000.000 × 0,15% = €7.500
- Nieuw tarief 0,30%: €5.000.000 × 0,30% = €15.000
- Verschil per jaar: +€7.500
Voor mede-eigendom (twee titularissen op één rekening): de taks blijft per rekening, niet pro rata per titularis. De volledige €1.200.000-rekening wordt belast aan 0,30%; de splitsing van eigendom over twee personen verandert niets aan de berekening van de taks zelf.
Praktische checklist voor wie boven of net onder de drempel zit
- Kijk je rekeningwaarde na op de vier peildata (31/12, 31/3, 30/6, 30/9). Een spreadsheet bijhouden voorkomt verrassingen.
- Controleer wie je tussenpersoon is. Belgische broker = automatische inhouding. Buitenlandse broker zonder Belgische vertegenwoordiger = zelf aangifte indienen vóór 15 juli en betalen vóór 31 augustus van het jaar na de referentieperiode.
- Check je Vak XIII-aangifte in de personenbelasting: heb je een buitenlandse effectenrekening aangegeven? Heb je ze ook gemeld aan het CAP van de NBB? De meldplicht via CAP-aangifte (geraadpleegd 2026-05-17) loopt apart van de fiscale aangifte.
- Splitsen of converteren werkt niet meer. Alle splitsingen van accounts bij dezelfde tussenpersoon en omzettingen naar effecten op naam vanaf 30 oktober 2020 vallen onder een onweerlegbaar vermoeden (art. 201/4 WDRT). Overdracht naar buitenlandse rekeningen valt onder de weerlegbare algemene anti-misbruikmaatregel.
- Pensioenspaarfondsen, tweede pijler en bepaalde Tak 21/23-contracten vallen buiten de taks. Controleer per contract de juridische structuur — niet alle beleggingsverzekeringen ontsnappen automatisch.
- Houd 2027 in het oog. Een rekening die in 2025 onder de drempel zat maar door koersstijgingen in 2026 erboven uitkomt, valt voor het nieuwe tarief vanaf de eerstvolgende referentieperiode die na publicatie afsluit.
Veelgestelde vragen
Wat is de effectentaks precies?
De effectentaks (officieel: jaarlijkse taks op de effectenrekeningen of JTER) is een Belgische belasting van 0,30% op effectenrekeningen met een gemiddelde waarde boven €1 miljoen. Het tarief werd verdubbeld van 0,15% naar 0,30% door de Programmawet van 30 mei 2026 (Belgisch Staatsblad 1 juni 2026), en geldt voor referentieperiodes eindigend vanaf 1 juni 2026.
Vanaf welk bedrag betaal ik effectentaks?
De drempel is €1.000.000 gemiddelde waarde per rekening. Ligt de gemiddelde waarde op €999.999, dan betaal je niets. Ligt ze op €1.000.001, dan is de taks verschuldigd op de volledige gemiddelde waarde. Om drempelschokken te vermijden plafonneert de wet de taks tot 10% van het verschil met de drempel, tot een gemiddelde waarde van ongeveer €1.030.927,84 (bij 0,30%).
Geldt de drempel per rekening of per persoon?
De drempel geldt per rekening, niet per persoon of per huishouden. Twee rekeningen van €600.000 vallen onder de drempel. Eén rekening van €1.200.000 valt erboven. Let op: sinds 30 oktober 2020 is splitsen van een rekening om onder de drempel te blijven een onweerlegbaar vermoeden van misbruik (art. 201/4 WDRT).
Wanneer geldt het nieuwe tarief van 0,30% concreet?
Het tarief van 0,30% geldt voor elke referentieperiode die eindigt vanaf 1 juni 2026. Concreet: de lopende referentieperiode 1 oktober 2025 → 30 september 2026 wordt volledig aan 0,30% belast. De inhouding door je Belgische tussenpersoon gebeurt rond december 2026. Er is geen pro rata — de wetgever koos voor een ’tarief op afsluitdatum’-logica.
Wie houdt de taks in — de bank of ikzelf?
Bij een Belgische tussenpersoon (KBC, Belfius, Bolero, BNP Paribas Fortis, ING, Keytrade, enz.) houdt de bank of broker de taks automatisch in en betaalt hem door aan de FOD Financiën. Bij een buitenlandse broker zonder Belgische vertegenwoordiger (bv. Interactive Brokers via de Ierse entiteit) moet je zelf aangifte doen ten laatste 15 juli en betalen ten laatste 31 augustus, via MyMinfin.
Krijgt de fiscus mijn effectenrekening automatisch te zien?
Ja, vanaf 1 december 2026. Door de Wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 (BS 30 december 2025, NUMAC 2025009647) wordt het Centraal Aanspreekpunt (CAP) van de Nationale Bank uitgebreid. Vanaf 1/12/2026 sturen alle Belgische banken en tussenpersonen automatisch de saldi van effectenrekeningen en crypto-rekeningen door naar de FOD Financiën.
Vallen ETF's, obligaties en Tak 21/23 onder de effectentaks?
Ja voor ETF’s, aandelen, obligaties, gewone fondsen en trackers op je effectenrekening. Uitgesloten zijn: pensioenspaarfondsen (derde pijler, art. 201/3, 5° WDRT), tweede pijler (groepsverzekering, IPT, VAPZ), en Tak 21/Tak 23 levensverzekeringen mits ze als verzekeringscontract zijn gestructureerd (bij Tak 23 is de verzekeraar de belastingplichtige, niet de individuele verzekerde).
Bronnen & verder lezen
Wetgeving + parlementaire stukken
– Wet van 17 februari 2021 houdende de invoering van een jaarlijkse taks op de effectenrekeningen — gepubliceerd in BS 25 februari 2021, in werking getreden 26 februari 2021. (geraadpleegd 2026-05-17)
– Ontwerp van Programmawet 23 februari 2026, Doc 56 1378/001, Kamer van Volksvertegenwoordigers — bevat de verhoging van 0,15% naar 0,30%. (geraadpleegd 2026-05-17)
- Programmawet, art. 6 (verhoging effectentaks 0,15% → 0,3%), aangenomen door de plenaire vergadering van de Kamer op 28 mei 2026 (Doc 56 1378/037) (geraadpleegd 2026-06-30).
- Programmawet, bekrachtigd en bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad op 1 juni 2026 (geraadpleegd 2026-06-30 via Deloitte Belgium-mededeling).
- Wetboek Diverse Rechten en Taksen (WDRT), boek II titel X, artikelen 201/3 – 201/9/5 — geconsolideerde tekst op de FOD-site. (geraadpleegd 2026-05-17)
- Wet houdende diverse bepalingen van 18 december 2025 — gepubliceerd in BS 30 december 2025 (numac 2025009647). Bevat de uitbreiding van de CAP-toegang voor de fiscus ten behoeve van de jaarlijkse taks op effectenrekeningen, met inwerkingtreding op 1 december 2026. (geraadpleegd via Wolters Kluwer + Jubel 2026-05-17)
Officieel/primair
– FOD Financiën — Jaarlijkse taks op de effectenrekeningen (geraadpleegd 2026-05-17)
– Nationale Bank van België — Centraal Aanspreekpunt (CAP) (geraadpleegd 2026-05-17)
– NBB — Verklarende nota CAP, update april 2026 (geraadpleegd 2026-05-17)
– Wikifin — De taks op de effectenrekeningen (geraadpleegd 2026-05-17)
Secundair (advocatenkantoren + analyses)
– Tiberghien — Afsluiten van een effectenrekening en opening van een nieuwe kan tot dubbele belasting leiden (geraadpleegd 2026-05-17)
– Aternio — Nieuwe effectentaks: geen ontkomen aan? — analyse anti-misbruikregels art. 201/4 (geraadpleegd 2026-05-17)
– Degand & Partners — Projet de loi-programme 23 février 2026, Titre 2 Finances (geraadpleegd 2026-05-17)
– OECCBB — Loi-programme 2026: les conséquences du report du vote au 20 mai 2026 (geraadpleegd 2026-05-17)
– Strategica — De effectentaks vanaf 2026: wat betekent dit voor uw vermogensplan? (geraadpleegd 2026-05-17)
– La Libre — Doublement de la taxe compte-titres (24/11/2025) — opbrengstraming €460M (achter betaalmuur; meerdere practitioner-bronnen citeren €400M — behandel als indicatief) (geraadpleegd 2026-05-17)
– Cobofisk — CAP-uitbreiding crypto + effectenrekening (geraadpleegd 2026-05-17)
Lees ook: beleggen via je vennootschap
Lees ook: de fiscus krijgt vanaf december 2026 ook uw effectengegevens

