📅 Laatst bijgewerkt: 19 mei 2026
· 🏷 Onderwerp: staking rewards, crypto lending, normaal beheer, divers inkomen 33%, meerwaardebelasting 10%
· 🇧🇪 Voor: Belgische particulieren die crypto staken of uitlenen via een platform of DeFi
⚠️ Waarschuwing — risicovol product. Cryptomunten zijn bijzonder volatiel. U kunt meer verliezen dan uw inleg.
De FSMA heeft publieke waarschuwingen gepubliceerd over financiële fraude en risicovolle producten, waaronder cryptomunten.
Beleg nooit geld dat u niet volledig kunt missen.
Steeds meer Belgische particulieren staken hun cryptomunten of lenen ze uit via een exchange of DeFi-platform. De reden is voor de hand liggend: u houdt uw positie aan én verdient intussen een rendement. Maar wat zegt de Belgische fiscus over die opbrengsten? Valt u automatisch onder het 33%-tarief omdat u actief iets doet met uw crypto?
De verwarring is begrijpelijk. In de media staat “staking” en “33%” vaak naast elkaar, alsof staking u meteen in de speculatieve hoek duwt. Dat klopt niet. Er zijn twee aparte belastingvragen die u moet onderscheiden: één over de opbrengst die u ontvangt (staking-rewards, lending-rente), en één over de eventuele winst als u uw crypto later verkoopt. Beide vragen hebben een ander antwoord.
Dit artikel legt beide vragen uit voor aanslagjaar 2026 en 2027 (inkomsten 2025 en 2026). De focus ligt op wat telt voor een Belgisch particulier die crypto houdt als privébelegging — dus niet als beroepsactiviteit.
1. Twee aparte belastingvragen
Als u crypto staakt of uitleent, genereren die activiteiten twee soorten fiscale gebeurtenissen:
| Type inkomen | Aard | Belastingtarief |
|---|---|---|
| Staking-rewards, lending-rente | Opbrengst op uw kapitaal | 30% roerend inkomen |
| Meerwaarde bij verkoop | Winst op waardestijging | 10% (normaal beheer) of 33% (speculatief) |
Vraag 1 — de opbrengst: Worden uw staking-rewards of lending-rente belast als roerend inkomen (30%), als divers inkomen (33%) of zijn ze vrijgesteld?
Vraag 2 — de meerwaarde: Als u uw gestakete of uitgeleende crypto later met winst verkoopt, valt u dan onder normaal beheer (10% meerwaardebelasting) of divers inkomen (33% speculatief)?
De antwoorden op die twee vragen zijn onafhankelijk van elkaar. Staking-rewards worden altijd apart behandeld van de eventuele winst die u later maakt bij de verkoop van uw cryptomunten.
2. Staking-rewards en lending-rente: 30% roerend inkomen
De Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB), beter bekend als de Rulingdienst,
heeft in recente beslissingen (o.a. VB 6 december 2022, nr. 2022.0911 en VB 18 maart 2025, nr. 2025.0061) een duidelijk standpunt ingenomen:
staking-rewards worden in de praktijk doorgaans gekwalificeerd als roerend inkomen op basis van artikel 17, § 1 van het WIB92, in combinatie met de interesten-categorie van art. 19, 1° WIB92 (geraadpleegd 2026-05-19). Concreet gaat het om
vergoeding voor het gebruik van kapitaal — vergelijkbaar met interesten op een spaarrekening.
Dat heeft één directe gevolg: het tarief bedraagt 30%, niet 33%. De staking-rewards zijn ook niet vrijgesteld als “normaal beheer”; dat vrijstellingsprincipe geldt enkel voor meerwaarden op de onderliggende cryptomunten zelf, niet voor de opbrengsten die u eruit haalt.
Hetzelfde geldt voor crypto-lending. Als u cryptomunten of stablecoins uitleent via een platform en daar rente op ontvangt, is die rente ook roerend inkomen aan 30%. Het bedrag van de lening zelf is fiscaal neutraal; alleen de ontvangen rente is belastbaar.
Wanneer is de opbrengst belastbaar?
De belastbare waarde wordt vastgesteld op het moment van ontvangst, niet op het moment van verkoop. Krijgt u op 15 maart 2026 een staking-reward van 0,05 ETH, dan geldt de ETH-koers van die dag. Stijgt ETH daarna sterk, dan is die extra waardestijging een meerwaarde — en die valt dan wél onder het meerwaarderegelment (zie sectie 5).
Off-chain vs on-chain staking
De Rulingdienst benadrukt dat de kwalificatie in concreto gebeurt: de concrete modaliteiten van de staking-overeenkomst spelen een rol.
- Off-chain staking (via een exchange zoals Coinbase of Binance Earn): de exchange stakt namens u en betaalt u een percentage. Dit lijkt sterk op een spaar- of termijnrekening.
De kans is groot dat de DVB dit kwalificeert als interest (art. 17 §1 jo. art. 19, 1° WIB92) → 30%.
- On-chain staking kent twee sub-scenario’s:
- Passieve delegatie (u delegeert uw crypto naar een validatornode via uw eigen wallet, zonder zelf de node te draaien): meeste praktijk-bronnen kwalificeren dit als ‘inkomsten uit gebruik van roerende goederen’ (art. 17 §1, 3° WIB92), met een optionele forfaitaire kostenaftrek van 15%. Tarief: 30% roerend inkomen.
- Actieve validatie (u draait zelf een validatornode, met technische uptime-eisen en eventueel meerdere protocollen): hier acht de DVB het mogelijk dat er meer sprake is van een activiteit dan van passief kapitaalbeheer — dan komt art. 90 WIB92 (33% divers inkomen) of zelfs beroepsinkomen in beeld.
Opmerking: liquid staking (bijv. stETH via Lido) en restaking-protocollen (bijv. EigenLayer) vallen niet altijd eenduidig in bovenstaande drie categorieën. Bij twijfel is een ruling via de DVB aangewezen (zie checklist).
Voor de meeste particuliere beleggers geldt off-chain staking via een platform. Daar is 30% roerend inkomen de meest waarschijnlijke kwalificatie.
3. Wanneer geldt 33%? De normaal-beheer-test
De 33% uit de titel van dit artikel slaat op artikel 90, eerste lid, 1° van het WIB92 (geraadpleegd 2026-05-19). Dat artikel belast winsten of baten die voortkomen uit toevallige of speculatieve verrichtingen als divers inkomen aan 33% (+ gemeentebelasting). Het is het tarief dat van toepassing is als de fiscus oordeelt dat uw handelen buiten het normaal beheer van een privévermogen valt.
De centrale vraag: is uw cryptoactiviteit die van een goede huisvader die zijn vermogen op lange termijn beheert, of lijkt het meer op speculatie?
De criteria die de Rulingdienst hanteert
De Rulingdienst gebruikt een uitgebreide vragenlijst — herschreven in 2026 naar aanleiding van de nieuwe meerwaardebelasting — om dit oordeel te vormen. De voornaamste factoren zijn:
- Portfolio-aandeel: de Rulingdienst houdt sinds de herziening 2026 van de vragenlijst een praktische drempel aan van maximaal 25% van uw financiële activa (spaartegoeden + aandelen + obligaties, niet vastgoed) in cryptomunten. Overschrijdt u die drempel, dan is het risico op een 33%-kwalificatie reëel. Let op: deze drempel is een praktische richtlijn van de Rulingdienst, geen wettelijke grens, en is niet bindend voor de rechtbanken.
- Transactiefrequentie: weinig transacties (indicatief: 1 à 3 per maand) wijst op normaal beheer. Dagelijkse of geautomatiseerde handel wijst op speculatie.
- Houdduur: een meerjaarshorizon (2 à 3 jaar) past bij normaal beheer. Korte draaicycli — kopen en snel verkopen — zijn verdacht.
- Eigen middelen: normaal beheer betekent beleggen met eigen geld, niet met geleend kapitaal. Wie crypto koopt op krediet, heeft meteen een risicoprofiel dat de Rulingdienst als abnormaal beschouwt.
- Intentie: was de belegging bedoeld als langetermijnopbouw van vermogen, of specifiek als speculatieve transactie?
- Professionele achtergrond: heeft u een IT- of financiële achtergrond? Dan legt de Rulingdienst de lat hoger.
Het is de combinatie van al deze factoren — niet één enkel criterium — die bepaalt of u als normaal of als speculatief wordt beoordeeld.
4. Trekt staking uw normaal-beheer-status in?
Dit is de vraag die veel beleggers bezighoudt: maakt het feit dat ik stake of crypto uitleen mij automatisch “speculatief”?
Het antwoord is nee — staking en lending op zich disqualificeren u niet voor normaal beheer. De meerwaarde die u ooit maakt op de gestakete crypto kan nog steeds belast worden aan 10% als de rest van uw profiel normaal beheer aantoont.
Maar er zijn scenario’s waarbij staking of lending wél uw positie verzwakt:
- U steekt meer dan 25% van uw financieel vermogen in crypto die u staakt: u overschrijdt de drempel, wat een signaal is voor de Rulingdienst.
- U leent geld om crypto te kopen en die vervolgens te staken: gebruik van vreemd vermogen is een rode vlag voor speculatief gedrag.
- U herbelegt staking-rewards continu op geautomatiseerde wijze: als een DeFi-strategie dagelijks rewards herbelegt over meerdere protocollen, kan de frequentie en complexiteit als “actieve handel” worden gezien.
- DeFi yield farming met hoog risico: het verschaffen van liquiditeit aan een AMM (automated market maker) gecombineerd met frequente rebalancing en impermanent loss-strategieën trekt uw profiel richting abnormaal beheer.
Praktische vuistregel
Passieve staking (u klikt eens per maand op “stake” op uw exchange) van een beperkt deel van uw vermogen, gefinancierd met eigen middelen, past in het profiel van normaal beheer. Actieve DeFi-strategieën met automatische herbelgging en geleend kapitaal liggen dichter bij speculatief of zelfs beroepsmatig.
5. De meerwaardebelasting 10% en gestakete crypto
De Wet van 6 april 2026 (BS 21 april 2026, geraadpleegd 2026-05-19) voerde de meerwaardebelasting in op financiële activa, waaronder cryptomunten, voor particulieren die handelen vanuit normaal beheer van hun privévermogen. Kernpunten:
- Tarief: 10% op netto-meerwaarden (art. 90, eerste lid, 9°, c WIB92 — ingevoegd door Wet 6 april 2026). Geen gemeentebelasting.
- Jaarlijkse vrijstelling: €10.000 per belastingplichtige (geïndexeerd). Wie zijn jaarlijkse vrijstelling niet volledig benut, kan tot €1.000 per jaar van het ongebruikte deel overdragen naar het volgende jaar, gedurende maximaal 5 jaar — dat komt neer op een maximaal cumulatief carry-forward van €5.000, dus een plafond van €15.000.
- Berekeningsbasis: FIFO-methode. De aanschaffingskosten van uw cryptomunten worden berekend via first-in-first-out.
- Foto-waarde 31 december 2025: de marktwaarde van uw cryptomunten op 31 december 2025 geldt als standaard aanschaffingswaarde voor de berekening van meerwaarden vanaf 1 januari 2026. De belastingplichtige mag tijdens een overgangsperiode (uitloopdatum afhankelijk van FOD-circulaire) de werkelijke historische aankoopkost inroepen als die hoger ligt. Winsten opgebouwd vóór 2026 zijn vrijgesteld van de 10%.
- Verliezen: aftrekbaar van winsten in hetzelfde belastingjaar.
Hoe berekent u de meerwaarde op gestakete crypto?
Stel: u koopt 1 ETH op 15 januari 2026 voor €3.000 (na de foto-waardepeildatum 31/12/2025; geen step-up basis van toepassing) en stakt die ETH meteen. Op 10 juni 2026 verkoopt u die 1 ETH voor €3.800.
- Aanschaffingswaarde: €3.000 (werkelijke aankoopprijs op 15/01/2026).
- Verkoopopbrengst: €3.800.
- Netto meerwaarde: €800 → onder de jaarlijkse vrijstelling van €10.000 voor normaal beheer; in dit voorbeeld dus 0% effectief belast.
Had u de ETH al vóór 31 december 2025 in portefeuille gehad, dan was de foto-waarde van 31 december 2025 (de marktwaarde op die datum) de fiscale aanschaffingsbasis geweest, niet de prijs waartegen u oorspronkelijk kocht.
De staking-rewards die u intussen heeft ontvangen (bijv. 0,02 ETH op 15 februari 2026) worden apart belast als roerend inkomen op het moment van ontvangst. Die ontvangen rewards vormen een nieuwe FIFO-positie tegen hun waarde op de ontvangstdatum.
Opmerking: de FOD heeft op 2026-05-19 nog geen specifieke circulaire gepubliceerd over hoe FIFO interageert met de afzonderlijke staking-reward-instromen (gescheiden FIFO-pool per ontvangsten of gemengde pool). De hier beschreven methode (rewards als nieuwe FIFO-positie tegen ontvangstwaarde) is de gangbare praktijk-interpretatie maar afhankelijk van toekomstige administratieve verduidelijking.
6. CAP, DAC8 en meldplicht
Transparantie is de andere grote verandering van 2026. Twee mechanismen zijn relevant voor beleggers die staken of lenen via platforms:
Centraal Aanspreekpunt (CAP)
Rekeningen aangehouden bij custodial exchanges (platforms die de private keys beheren) moeten worden aangegeven bij het Centraal Aanspreekpunt van de NBB (geraadpleegd 2026-05-19).
Dit geldt ook voor exchanges buiten België. De aangifte verloopt via Vak XIII van de personenbelasting (code 1075-89) en eenmalig via het CAP-formulier. Niet-custodiale wallets (u beheert zelf uw private key) vallen momenteel niet onder de CAP-meldplicht.
DAC8 — automatische uitwisseling
Vanaf 1 januari 2026 zijn aanbieders van cryptodiensten (CASP’s) verplicht gegevens van Europese gebruikers te rapporteren aan de nationale belastingdienst, in het kader van de Europese DAC8-richtlijn.
De eerste rapportage door cryptoplatforms aan de FOD Financiën is uiterlijk 31 januari 2027 (over het kalenderjaar 2026). De eerste automatische uitwisseling tussen EU-lidstaten volgt uiterlijk 30 september 2027.
Dit betekent dat de FOD Financiën dan automatisch zicht heeft op uw transacties, staking-activiteiten en ontvangen rewards bij gereguleerde platforms.
Praktische conclusie: wacht niet op de eerste DAC8-rapporten om uw crypto-inkomen aan te geven. Staking-rewards en lending-rente zijn nú al belastbaar en aangifteplichtig.
Niet-aangifte riskeert: (a) een belastingverhoging van 10% tot 200% van de verschuldigde belasting op het niet-aangegeven inkomen (art. 444 WIB92), en (b) een administratieve boete van €50 tot €1.250 per ontbrekende vermelding van een buitenlandse rekening in de aangifte (art. 445 §1 WIB92).
Praktische checklist
- ☐ Breng uw crypto-aandeel in kaart als percentage van uw totale financiële activa (spaar + effecten + crypto). Blijft u ruim onder 25%? Dan is normaal beheer realistisch.
- ☐ Houd een transactielog bij met datum, bedrag, koers en aard van elke transactie (aankoop, verkoop, staking-reward, lending-rente).
- ☐ Registreer elke ontvangen staking-reward of lending-rente met de marktwaarde op de ontvangstdatum → dit is uw belastbare basis voor roerend inkomen (30%).
- ☐ Noteer de waarde van al uw cryptomunten op 31 december 2025 (foto-waarde). Dit is de aanschaffingsbasis voor de berekening van meerwaarden vanaf 2026.
- ☐ Declare uw custodial exchange-rekeningen in Vak XIII + CAP bij de NBB. Eénmalige melding, elk jaar opnieuw in de belastingaangifte.
- ☐ Staking-rewards en lending-rente: aangifte in Vak VII, code 1444 van de personenbelasting.
- ☐ Gebruik geen geleend geld om crypto te kopen of te staken als u normaal beheer wilt aantonen.
- ☐ Overweeg een ruling via de Dienst Voorafgaande Beslissingen als uw situatie complex is (grote portfolio, DeFi, meerdere protocollen).
Bronnen & verder lezen
Primaire en semi-primaire bronnen
- Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92) — art. 17, 19, 90 — FOD Justitie (geraadpleegd 2026-05-19)
- Wet van 6 april 2026 (BS 21 april 2026) — meerwaardebelasting financiële activa — FOD Justitie (geraadpleegd 2026-05-19)
- Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB/Ruling) — Belgische rulingdienst (geraadpleegd 2026-05-19)
- FSMA — warnings crypto-activa — FSMA (geraadpleegd 2026-05-19)
- Centraal Aanspreekpunt (CAP) — NBB — NBB (geraadpleegd 2026-05-19)
- Wikifin (FSMA) — Cryptomunten: risico’s en regulering — Wikifin / FSMA (geraadpleegd 2026-05-19)
Secundaire bronnen (juridische praktijk)
- Tiberghien: Inkomsten uit staking, harvesting en liquidity rewards aan te geven — Tiberghien (gepubliceerd februari 2024; geraadpleegd 2026-05-19)
- DVDTaxlaw: Rulingdienst actualiseert vragenlijst cryptomunten — DVD Tax Law (geraadpleegd 2026-05-19)
- DVDTaxlaw: Gastcollege UGent belasting op cryptomunten 2026 — DVD Tax Law (geraadpleegd 2026-05-19)
- Imposto Advocaten — Nieuws & analyse fiscaliteit cryptomunten — Imposto (geraadpleegd 2026-05-19)
- Curvo: Belasting op crypto in België — Curvo (geraadpleegd 2026-05-19)
- CryptoTax.be — Belgische crypto-belastingen 2026 (gated) — CryptoTax.be (geraadpleegd 2026-05-19; account vereist voor volledige toegang)
Verwante artikelen op investnow.be
- Crypto aangeven: Vak XV vs Vak VII (vakcodes 1444, 1440 en 2440 uitgelegd) — voor de exacte aangifteprocedure (TX-09 — verschijnt binnenkort op investnow.be)
- Meerwaardebelasting 2026: aangifte en Tax-on-Web — voor berekening en foto-waarde (TX-01 — verschijnt binnenkort op investnow.be)
Lees ook: in welk vak en onder welke code je crypto-inkomsten in de aangifte thuishoren
