📅 Laatst bijgewerkt: 20 mei 2026
· ⏱ Leestijd: 11 min
· 🏷 Onderwerp: Federale interestaftrek, Wet 18 december 2025, gewestelijke woonbonus, langetermijnsparen
· 🇧🇪 Voor: Belgische eigenaars en investeerders met een lopende hypothecaire lening
Op deze pagina
- Wat is er precies veranderd in aanslagjaar 2026?
- Federaal: geen overgangsregeling — ook oude leningen vallen mee
- Wat blijft federaal nog over: langetermijnsparen voor pre-2024 leningen
- Gewestelijk: per gewest een andere afschafdatum
- Beslisboom + tabel: welk regime voor uw lening?
- Drie scenario’s: hoe verandert uw aangifte concreet?
- Praktische checklist
- Bronnen & verder lezen
Voor wie in 2010 een tweede woning kocht, in 2018 een Brusselse appartement of in 2022 nog een verhuurpand in Antwerpen: de hypotheekaftrek waarop u rekende valt grotendeels weg in 2026. De federale regering bundelde in de Wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad 30 december 2025, numac 2025009647) een afschaffing van vijf federale vastgoedvoordelen tegelijk. De Federale Overheidsdienst Financiën lichtte de gevolgen toe in Circulaire 2026/C/2 van 5 januari 2026 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026 (geraadpleegd 2026-05-20).
De kern is brutaal eenvoudig: vanaf aanslagjaar 2026 (= inkomsten van 2025) bestaat de federale interestaftrek voor leningen die niet uw eigen woning financieren niet meer — ongeacht wanneer u die lening sloot. Er is geen overgangsregeling voorzien voor oude kredieten. De Raad van State suggereerde een onderscheid tussen recente en oudere schulden, maar de regering volgde dat advies niet en motiveerde de keuze met de “uiterst moeilijke budgettaire situatie”.
Dit artikel zet de federale veranderingen op een rij, beschrijft wat er voor oude leningen overblijft, vergelijkt de drie gewesten en eindigt met een tabel + checklist die u onmiddellijk kan toepassen op uw eigen dossier.
Wat is er precies veranderd in aanslagjaar 2026?
De Wet van 18 december 2025 schaft in één pennenstreek vijf federale fiscale voordelen af die decennialang het Belgische woon- en investeringslandschap vormgaven. Een overzicht zoals samengevat door de FOD Financiën circulaire 2026/C/2 en de analyse van KBC Private Banking (geraadpleegd 2026-05-17):
- De federale gewone interestaftrek voor schulden aangegaan om een onroerend goed te verwerven of te behouden dat niet uw eigen woning is (artikel 14 WIB92, gewijzigd). Geen overgangsperiode.
- De federale woonbonus (codes 1370/2370) voor pre-2014 leningen die ooit de eigen woning financierden maar dat sinds vóór 1 januari 2016 niet meer doen (artikel 539 WIB92, vervalt na aanslagjaar 2025).
- Het federaal bouwsparen (codes 1355/2355), oorspronkelijk bedoeld voor leningen van vóór 2005 (artikel 526 § 2 WIB92, vervalt).
- De bijkomende interestvermindering (codes 1138/2138 en 1139/2139) voor leningen van 2005 tot 2013 voor nieuwbouw of zware renovatie (artikel 526 § 1 WIB92, vervalt).
- De fiscale vermindering voor groene leningen afgesloten tussen 2009 en 2011 (artikel 14524 WIB92, opgeheven). De bankbonificatie van 1,5 % op die kredieten — een subsidie, geen belastingvermindering — blijft naar verwachting bestaan zolang de looptijd loopt; controleer bij uw kredietinstelling of die bonificatie op uw contract van toepassing is na de fiscale afschaffing.
Het verschil tussen die vijf voordelen is grotendeels historisch. Voor wie alleen wil weten of zijn aftrek nog werkt in 2026: het antwoord is voor de federale belastingaangifte vrijwel altijd nee, met één uitzondering die hieronder uitvoerig aan bod komt.
Federaal: geen overgangsregeling — ook oude leningen vallen mee
Het politiek meest opvallende kenmerk van de hervorming is de afwezigheid van enige grandfather-clausule voor de interestaftrek zelf. Wie in 2015 een verhuurd appartement kocht met een lening van € 200.000 op 25 jaar, betaalt nog steeds interest aan de bank — alleen kan hij die interest vanaf aanslagjaar 2026 niet meer aftrekken van zijn belastbare onroerende inkomsten. Het advies van de Raad van State om recente en oude schulden gedifferentieerd te behandelen werd, zoals Flamée & Partners samenvat (geraadpleegd 2026-05-17), niet gevolgd.
Dat raakt drie groepen het hardst:
- Eigenaars van een tweede verblijf (kustflat, bergchalet) waarvan de lening nog loopt.
- Particuliere verhuurders met één of meer huurpanden in privébezit.
- Mede-eigenaars in familiale onverdeeldheden waar één partij de lening voor het volledige goed financierde.
Voor leningen die nog vele jaren lopen — gedacht aan een 25-jarige lening die in 2020 startte — verdwijnt zo enkele duizenden euro’s per jaar aan fiscaal voordeel. Als illustratief voorbeeld: een verhuurder met € 5.000 jaarlijkse interestlast en een marginaal tarief rond de 50 % verliest al gauw € 2.000 tot € 2.500 per jaar. Op een resterende looptijd van vijftien jaar tikt dat aan tot € 30.000 à € 37.500 extra belastingdruk.
Indicatief — werkelijk verlies hangt af van uw volledig fiscaal beeld (effectief marginaal tarief na progressie, gemeentebelasting, andere onroerende inkomsten). Voor een precieze raming raadpleegt u uw aanslagbiljet of een belastingadviseur.
⚠️ Belangrijke nuance. Wat afgeschaft is, is enkel de belastingvermindering of -aftrek op federaal niveau. Uw lening loopt gewoon door. De kapitaalaflossing blijft een privé-uitgave en de schuldsaldoverzekeringspremie blijft verschuldigd zolang het contract bestaat. Wat verandert is dus niet uw cashflow naar de bank — wel wat u nadien recupereert via uw belastingaangifte.
Wat blijft federaal nog over: langetermijnsparen voor pre-2024 leningen
Tussen al die afschaffingen blijft één federaal voordeel intact, mits strikte voorwaarden. Het langetermijnsparen (artikel 1451, 2° en 3° WIB92) blijft beschikbaar voor kapitaalaflossingen en premies van schuldsaldoverzekering op leningen die voldoen aan elk van de drie volgende voorwaarden:
- de lening is gesloten vóór 1 januari 2024;
- de lening werd aangegaan voor de eigen en enige woning op het ogenblik van het sluiten;
- de hypothecaire inschrijving heeft een looptijd van minstens tien jaar.
Het voordeel bedraagt 30 % belastingvermindering op de aftrekbare uitgaven, begrensd tot de eerste schijf van het langetermijnspaar-plafond. Voor aanslagjaar 2026 bedraagt dit plafond maximaal € 2.450 uitgaven per belastingplichtige. Door de Wet van 18 december 2025 is dit bedrag bevroren op het niveau van AJ 2025 voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2030 — geen verdere indexering tijdens die periode (bevestigd door Practicali — geïndexeerde bedragen aanslagjaar 2026, geraadpleegd 2026-05-20). De Federale Overheidsdienst Financiën gebruikt aangiftecodes 1358/2358 voor deze post.
Wie dus in 2023 nog snel een lening sloot voor zijn eigen woning, kan tot het einde van de looptijd zijn kapitaalaflossingen en zijn schuldsaldoverzekeringspremie blijven aftrekken — maar niét de interesten daarop (die laatste vallen vanaf inkomstenjaar 2025 weg). Voor leningen vanaf 1 januari 2024 verdwijnt ook dit kanaal: er is dan geen federaal woonvoordeel meer mogelijk, in welke vorm dan ook.
Gewestelijk: per gewest een andere afschafdatum
De eigen woning is sinds 2014 een gewestelijke bevoegdheid. Elk gewest koos zijn eigen tempo om de oude woonbonus of chèque habitat uit te doven en te vervangen door verlaagde registratierechten. De stand van zaken volgens Wikifin (FSMA) (geraadpleegd 2026-05-17):
- Vlaanderen. Sinds 1 januari 2020 is de geïntegreerde woonbonus afgeschaft voor nieuwe leningen. Wie vóór die datum een lening sloot voor zijn enige eigen woning, behoudt het voordeel — op voorwaarde dat de lening niet inhoudelijk wordt gewijzigd. Een interne herfinanciering met dezelfde bank of een externe overstap kan, afhankelijk van hoe ze juridisch wordt opgezet, het behoud van de woonbonus in gevaar brengen. De compensatie bestaat uit verlaagde registratierechten van 2 % voor de enige en eigen woning.
- Wallonië. De Chèque Habitat verving in 2016 de oude woonbonus en werd op 1 januari 2025 zelf afgeschaft. Wie zijn lening sloot tussen 1 januari 2016 en 31 december 2024 behoudt het voordeel. Vanaf 2025 bestaat er geen Waals fiscaal voordeel meer voor een nieuwe hypothecaire lening; het gewest werkt sindsdien ook met verlaagde registratierechten (3 % voor de enige eigen woning).
- Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De woonbonus werd hier al op 1 januari 2017 afgeschaft. Voor leningen gesloten vóór die datum blijft het oude regime van toepassing. De compensatie was een verhoogd registratie-abattement.
💡 Conclusie voor 2026. Sinds 1 januari 2025 is er in geen enkel gewest nog een fiscaal voordeel verbonden aan een nieuwe hypothecaire lening voor de eigen woning (zo bevestigt Wikifin). Wie nu koopt, ruilt fiscaal voordeel op de lening voor lagere aankoopkosten via de registratierechten. Wie eerder leende, hangt af van het gewest waar de woning ligt en de datum van zijn lening.
Beslisboom + tabel: welk regime voor uw lening?
| Leningdatum | Eigen woning in VL | Eigen woning in WAL | Eigen woning in BXL | Niet-eigen woning (overal) |
|---|---|---|---|---|
| Vóór 2005 | Federaal bouwsparen — afgeschaft AJ 2026 | Idem | Idem | Federale interestaftrek — afgeschaft AJ 2026 |
| 2005 – 2013 | Bijkomende interestvermindering — afgeschaft AJ 2026 | Idem | Idem | Afgeschaft AJ 2026 |
| 2014 – 31/12/2016 | Vlaamse geïntegreerde woonbonus | Federale woonbonus (gewestelijk overgenomen 2016) | Woonbonus tot lening van 31/12/2016 | Afgeschaft AJ 2026 |
| 1/1/2017 – 31/12/2019 | Vlaamse geïntegreerde woonbonus | Chèque Habitat | Geen voordeel meer | Afgeschaft AJ 2026 |
| 1/1/2020 – 31/12/2023 | Geen Vlaamse woonbonus meer — verlaagde registratie 2 % | Chèque Habitat | Geen voordeel | Afgeschaft AJ 2026 |
| 1/1/2024 – 31/12/2024 | Geen woonbonus | Chèque Habitat (tot 31/12/2024) | Geen voordeel | Afgeschaft AJ 2026 |
| Vanaf 1/1/2025 | Geen voordeel — registratie 2 % | Geen Chèque Habitat meer — registratie 3 % | Geen voordeel | Afgeschaft AJ 2026 |
ℹ️ De tabel vat de hoofdcategorieën samen. Voor leningen die rond een afschafdatum vallen of voor herfinancieringen die het oude regime kunnen breken, raadpleegt u best de Wikifin tool en/of uw belastingadviseur.
ℹ️ Noot kolom “Niet-eigen woning (overal)”: voor leningen van vóór 2005 bestond er voor niet-eigen woning nooit een federaal bouwsparen — enkel de gewone interestaftrek (art. 14 WIB92). “Afgeschaft AJ 2026” in die rij slaat dus uitsluitend op het verdwijnen van de gewone interestaftrek, niet op een bouwspaar-voordeel dat ook voor niet-eigen woning van toepassing zou zijn geweest.
ℹ️ Noot registratierechten VL 2% / WAL 3%: het verlaagde tarief van 2% (Vlaanderen) en 3% (Wallonië) geldt voor akten van aankoop van een enige eigen woning gesloten vanaf 1 januari 2025. Leners die hun lening afsloten vóór 2025 hebben dat lagere tarief op hun oorspronkelijke aankoop niet retroactief gekregen; de percentages in de tabel geven het huidige compensatiemechanisme aan voor nieuwe kopers. Vanaf 1 januari 2026 gelden in Vlaanderen strengere toepassingsvoorwaarden voor het 2%-tarief: de koper moet zich binnen drie jaar inschrijven op het adres van het goed en die inschrijving minstens één jaar aanhouden; daarnaast geldt het 2%-tarief enkel voor volle eigendom (geen split met vruchtgebruik) en enkel voor natuurlijke personen (geen vennootschapsaankopen). De cutoff is de compromisdatum: aankopen waarvan het compromis vóór 1 januari 2026 werd ondertekend, vallen nog onder de soepelere voorwaarden van 2025, ook als de notariële akte in 2026 wordt verleden (Andersen Belgium, geraadpleegd 2026-06-30). Raadpleeg uw notaris voor uw specifieke situatie.
Drie scenario’s: hoe verandert uw aangifte concreet?
Scenario 1 — Antwerps koppel, lening 2018 op eigen woning in Vlaanderen. De lening valt onder de Vlaamse geïntegreerde woonbonus (pre-2020 grandfathered). Federaal verandert er voor hen bijna niets in 2026, omdat ze toch al onder het gewestelijk regime vielen. De federale interestaftrek voor eigen woningen was sowieso al naar de gewesten overgeheveld in 2014. Aandachtspunt: bij herfinanciering de voorwaarden controleren. Volgens Circulaire 2025/C/35 over de Vlaamse woonbonus (geraadpleegd 2026-05-20) wordt een herfinanciering — intern bij dezelfde bank of extern bij een andere bank — beschouwd als voortzetting van de oorspronkelijke lening op voorwaarde dat (a) de herfinanciering dient om de uitstaande hoofdsom af te lossen en (b) de gecombineerde looptijd van beide contracten samen minstens tien jaar bedraagt. Een eventueel surplus boven de uitstaande hoofdsom valt niet onder het gewestelijk voordeel. Een interne aanpassing via bijvoegsel bij dezelfde bank is administratief eenvoudiger — waarbij de wederbeleggingsvergoeding bij een renteaanpassing door bijvoegsel is afgeschaft (Wet 3 mei 2024, zie ook Test-Aankoop) — maar het juridische criterium voor behoud van de woonbonus is hetzelfde voor beide paden.
Indicatief — werkelijk verlies hangt af van uw volledig fiscaal beeld (gemeentebelasting, andere aftrekken, samenstelling huishouden). Raadpleeg uw aanslagbiljet of een belastingadviseur voor uw eigen dossier.
De federale Wet 3 mei 2024 geldt voor alle Belgische hypothecaire kredieten en niet alleen voor Vlaamse leningen. Wie zijn Chèque Habitat (Wallonië) of zijn Brusselse pre-2017 woonbonus wil behouden bij een renteaanpassing, kan dezelfde redenering volgen: een bijvoegsel bij de huidige bank vermijdt een ‘echte’ herfinanciering en de bijhorende wederbeleggingsvergoeding. Het gewestelijk voordeel zelf wordt enkel behouden als de aanpassing als voortzetting van de oorspronkelijke lening kwalificeert — controleer de gewestelijke FAQ of vraag uw belastingadviseur.
Scenario 2 — Brussels eigenaar, lening 2022 voor verhuurpand. Hier slaat de hervorming hard toe. De interesten van die lening waren tot en met inkomstenjaar 2024 aftrekbaar van het belastbaar onroerend inkomen. Vanaf inkomstenjaar 2025 verdwijnt die aftrek volledig. Bij een marginaal tarief van 50 % en een interestlast van bijvoorbeeld € 4.500 per jaar bedraagt het verlies ongeveer € 2.250 per jaar in federale belastingen — over een resterende looptijd van twintig jaar dus zo’n € 45.000 brutto. Dat is reëel geld dat in 2025 voor het eerst opduikt in de aangifte 2026.
Indicatief — werkelijk verlies hangt af van uw volledig fiscaal beeld (effectief marginaal tarief, gemeentebelasting, andere onroerende inkomsten en aftrekken).
Scenario 3 — Antwerpse zelfstandige, eigen woning gekocht in 2020 (Vlaanderen). De lening valt tussen de afschaf van de Vlaamse woonbonus (1 januari 2020) en de afschaf van het federale langetermijnsparen voor nieuwe leningen (1 januari 2024). Voor het federaal langetermijnsparen (codes 1358/2358) komt hij in aanmerking — het is de eigen en enige woning, gesloten vóór 1 januari 2024 en met hypothecaire inschrijving van minstens tien jaar. Hij houdt dus 30 % vermindering op zijn kapitaalaflossingen en schuldsaldoverzekeringspremie tot de eerste schijf van het plafond (€ 2.450 in 2025). De interestaftrek verdwijnt federaal toch — hij was al niet beschikbaar voor de eigen woning sinds 2014.
Praktische checklist
- ☐ Identificeer per lening of het de eigen woning of een ander goed financiert (cadastraal nummer + adres in uw kredietakte volstaat doorgaans).
- ☐ Noteer de afsluitdatum van elke hypothecaire lening en het gewest waar de woning ligt — dat bepaalt uw regime.
- ☐ Bekijk uw fiches (loonfiche 281.10, fiche 281.61 langetermijnsparen) voor codes 1370/2370, 1355/2355, 1138-1139/2138-2139, 1358/2358: vergelijk met aanslagjaar 2025 of die codes leeg blijven in aanslagjaar 2026.
- ☐ Trek niets meer af onder de afgeschafte rubrieken in uw aangifte 2026 — Tax-on-Web zal die velden ontoegankelijk maken volgens de aankondiging in de Circulaire 2026/C/2.
- ☐ Plan opnieuw uw rendement als verhuurder: bereken het nieuwe netto-cashflow zonder de oude interestaftrek (gebruik gerust de IMMOsimulator van Wikifin).
- ☐ Wijzig uw lening niet impulsief als ze nog onder de Vlaamse woonbonus, Chèque Habitat of Brusselse woonbonus valt — een herfinanciering kan grandfather-rechten breken. Vraag schriftelijk aan uw bank welke gevolgen een aanpassing heeft.
- ☐ Controleer of u in aanmerking komt voor het federaal langetermijnsparen als uw lening vóór 1 januari 2024 voor uw eigen woning gesloten werd.
Bronnen & verder lezen
Primaire bronnen (statutair):
- Wet van 18 december 2025 houdende diverse bepalingen, Belgisch Staatsblad 30 december 2025, numac 2025009647 (geraadpleegd 2026-05-20).
- Circulaire 2026/C/2 over de federale vastgoedfiscaliteit – wijzigingen vanaf aanslagjaar 2026, FOD Financiën, 5 januari 2026 (vereist MyMinfin-account; zie ook publieke toelichting via Forum For The Future) (geraadpleegd 2026-05-20).
- Artikelen 14, 526, 539, 14524 en 1451 WIB92 (gewijzigd / opgeheven via Wet 18 december 2025) (geraadpleegd 2026-05-20).
- Wet van 3 mei 2024 houdende diverse bepalingen inzake economie (I), Belgisch Staatsblad 31 mei 2024, numac 2024005080 — interne herfinanciering (geraadpleegd 2026-05-20).
- Programmawet van 26 december 2022, Belgisch Staatsblad 30 december 2022, numac 2022043127 — art. 110 wijzigt WIB92 art. 1451, 3° en bepaalt de cutoff van 1 januari 2024 voor het federaal langetermijnsparen voor kapitaalaflossingen (geraadpleegd 2026-05-20).
Educatieve portaalbronnen (publieke instellingen):
- Wikifin (FSMA) — welk fiscaal regime is van toepassing per gewest (geraadpleegd 2026-05-17).
- Federale Overheidsdienst Economie — hypothecair krediet (geraadpleegd 2026-05-17).
- Practicali — geïndexeerde bedragen aanslagjaar 2026 (geraadpleegd 2026-05-17).
Secundaire analyse (advocaten- en accountantskantoren):
- KBC Private Banking — afschaffing federale interestaftrek en andere oude federale kredietvoordelen (geraadpleegd 2026-05-17).
- Flamée & Partners — einde van de interestaftrek voor uw tweede/derde woning (geraadpleegd 2026-05-17).
- HLB — Belgische vastgoedfiscaliteit: einde van de federale interestaftrek (geraadpleegd 2026-05-17).
- Forum For The Future — Circulaire 2026/C/2 toelichting (geraadpleegd 2026-05-17).
- Test-Aankoop — interne herfinanciering woonkrediet (Wet 3 mei 2024) (geraadpleegd 2026-05-20).
Uitsluitend voor educatieve doeleinden. Dit artikel is geen beleggingsadvies, geen aanbeveling en geen gepersonaliseerde analyse. De auteur is niet bij de FSMA geregistreerd. Raadpleeg altijd een erkend adviseur voor u financiële beslissingen neemt. Volledige disclaimer →
