Speculatiebelasting 2026: 33% tax binnen 6 maanden uitgelegd

Laatst bijgewerkt: 2026-06-23

Op deze pagina

  1. Het korte antwoord: 33% versus 10%
  2. Wat is speculatiebelasting precies? Art. 90, 1° WIB92
  3. De normaal-beheer-test: drie criteria die de fiscus toetst
  4. Speculatiebelasting versus de nieuwe meerwaardebelasting (2026)
  5. Wat valt buiten speculatiebelasting?
  6. Aangifte: Vak XV codes en hoe het bedrag berekenen
  7. Sancties en herkwalificatie naar beroepsinkomen
  8. Praktische checklist
  9. Bronnen & verder lezen

Lead

Speculatiebelasting in België is geen aparte belasting met die officiële naam. Het is de fiscale kwalificatie als “divers inkomen van speculatieve aard” onder artikel 90, eerste lid, 1° van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 (WIB92). Wie hieronder valt, betaalt 33% federaal, plus gemeentebelasting (circa 7%-9% van die 33% — effectief tarief 35-36%). De winst gaat in Vak XV van de aangifte personenbelasting, code 1440 (alleenstaande) / 2440 (partner).

Sinds 1 januari 2026 bestaat daarnaast de nieuwe meerwaardebelasting van 10% op gerealiseerde meerwaarden op financiële activa (Wet van 6 april 2026, BS 21 april 2026). Die geldt voor wie binnen normaal beheer van het privévermogen belegt — de meerderheid van Belgische particuliere beleggers. De twee regimes sluiten elkaar uit: een belastbare meerwaarde valt onder één van beide categorieën, niet beide.

Wie buy-and-hold belegt in ETF’s en Belgische aandelen valt vrijwel zeker onder het 10%-regime (of de jaarlijkse vrijstelling van €10.000). De 33%-speculatiebelasting blijft gereserveerd voor wie volgens de fiscus stelselmatig handelt buiten normaal beheer: hoge frequentie, korte termijn, geleend geld, complexe derivaten. Dit artikel legt uit waar precies de grens ligt, hoe de fiscus dat in de praktijk beoordeelt, en wat u in Vak XV moet invullen als u onder het oude regime valt.


1. Het korte antwoord: 33% versus 10%

Situatie Wettelijke basis Tarief Aangifte
Belegging binnen normaal beheer privévermogen (buy-and-hold ETF’s, langetermijn-aandelen) Wet 6 april 2026 → art. 90, 9°, c WIB92 10% (boven €10k jaarvrijstelling) Vak XV nieuwe codes 2026
Belegging buiten normaal beheer — speculatief, frequent, met leverage Art. 90, 1° WIB92 (sinds 1962) 33% + gemeentebelasting Vak XV codes 1440 / 2440
Belegging als beroepsactiviteit (daytrader die ervan leeft, gestructureerd, professionele middelen) Art. 23 WIB92 (beroepsinkomen) Progressief tot 50% + sociale bijdragen Vak XVII / IPP zelfstandige
Vrijgesteld — meerwaarde binnen normaal beheer én binnen €10k jaarvrijstelling Wet 6 april 2026, art. 90, 9°, c lid 4 WIB92 0% Wel te vermelden

Het onderscheid is niet of u winst maakt of hoeveel, maar hoe u handelt. Een belegger die in januari 2026 één keer een aandeel verkoopt met €50.000 winst valt onder de 10%-meerwaardebelasting. Een belegger die elke week met geleend geld opties op datzelfde aandeel rolt en daarbij €5.000 winst maakt, valt onder de 33%-speculatiebelasting.


2. Wat is speculatiebelasting precies? Art. 90, 1° WIB92

Wettelijke basis

Artikel 90 WIB92 lijst de “diverse inkomsten” op — inkomsten die niet onder beroepsinkomen, onroerend inkomen of roerend inkomen vallen, maar die de fiscus toch wil belasten. Het eerste lid, 1° luidt (vereenvoudigd):

“Winsten of baten, hoe ook genaamd, die zelfs occasioneel of toevallig, buiten het uitoefenen van een beroepsactiviteit, voortvloeien uit enige prestatie, verrichting of speculatie of uit diensten bewezen aan derden, daaronder niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen bestaande uit onroerende goederen, portefeuillewaarden en roerende voorwerpen.”

De cruciale uitdrukking is “niet begrepen normale verrichtingen van beheer van een privévermogen”. Wat valt buiten normaal beheer = belastbaar als divers inkomen aan 33%.

Historische context: vóór en na 2026

Tot 31 december 2025 was art. 90, 1° de enige route waarlangs meerwaarden op aandelen of ETF’s bij een Belgische particulier belast werden — en alleen als de fiscus kon bewijzen dat de transactie buiten normaal beheer viel. De bewijslast lag bij de fiscus. In de praktijk werd de regel vooral toegepast bij flagrant speculatieve gevallen: dagtrading met leverage, georganiseerd doorverhandelen van warrants, etc. Voor de doorsnee Belgische ETF-belegger was er geen belasting op meerwaarden.

Sinds 1 januari 2026 is dat veranderd. De Wet van 6 april 2026 voegt art. 90, 9°, c WIB92 in dat een nieuwe categorie diverse inkomsten creëert: meerwaarden op financiële activa binnen normaal beheer, aan 10%. Art. 90, 1° (33%) blijft bestaan voor wat buiten normaal beheer valt. De twee categorieën zijn dus complementair — niet overlappend.

Federaal tarief plus gemeentebelasting

Het tarief op divers inkomen art. 90, 1° is 33% federaal (art. 171, 1° WIB92), te verhogen met de gemeentelijke aanvullende belasting (gemiddeld 7% à 9% van de federale belasting). Voor een Brusselse inwoner met een gemeentelijke opcentiem van 7,5% betekent dat een effectief tarief van 33% × 1,075 = 35,5% op de speculatieve winst.

Bij art. 90, 9°, c (10% meerwaardebelasting) geldt géén gemeentebelasting. Dat is een bewuste keuze van de wetgever om het systeem aantrekkelijker te maken voor de langetermijnbelegger.


3. De normaal-beheer-test: drie criteria die de fiscus toetst

Er staat nergens in de wet een limiet aan het aantal trades, een minimumhoudperiode of een maximumleverage. De fiscus en de rechtspraak werken met drie cumulatieve indicatoren, die in de loop der decennia zijn ontwikkeld door de rulingdienst (Dienst Voorafgaande Beslissingen — DVB) en het Hof van Cassatie:

Criterium 1: frequentie en organisatie

Hoe vaak handelt u? Hoeveel verschillende posities per maand? Houdt u administratie, analyses, screens open in werkuren? Een belegger die 5-10 transacties per jaar doet, valt redelijk veilig binnen normaal beheer. Een belegger die elke dag screens monitort en wekelijks tientallen posities roteert, gaat al richting “buiten normaal beheer”.

Rulingdienst-praktijk (DVB): bij 100+ transacties per jaar met korte houdperiode (< 1 maand gemiddeld) loopt de belegger een verhoogd risico op herkwalificatie. Geen automatisme — maar wel een drempel die de fiscus laat opletten.

Criterium 2: leverage en risico

Gebruik van geleend geld, marginleningen, opties, CFD’s, shortposities of andere instrumenten die het risicoprofiel ver boven dat van het onderliggende activum tillen, weegt zwaar mee. De rechtspraak heeft herhaaldelijk geoordeeld (onder meer Hof van Cassatie 18 oktober 2018, F.17.0086.N) dat speculatieve elementen — en met name het bewust opzoeken van leverage voor kortetermijnrendement — wijzen op handelen buiten normaal beheer.

Concrete signalen:
– Marginlening bij de broker boven 10-15% van het portefeuilletotaal: signaal.
– Naked short selling: zo goed als automatisch speculatief.
– Structurele optiestrategieën (wheel-strategie, weekly covered calls, vertical spreads): grijze zone, afhankelijk van schaal.

Criterium 3: kortetermijnoogmerk en intentie

De bedoeling waarmee u koopt en verkoopt telt. Een lange houdperiode (>1 jaar) wijst op investeringsoogmerk; flippen binnen weken of dagen wijst op speculatie. Dit is het meest subjectieve criterium en geeft de fiscus de meeste flexibiliteit.

Praktisch: de gemiddelde houdperiode van uw portefeuille (gewogen naar bedrag) is een eerste benadering. Een gemiddelde houdperiode van >12 maanden zet u in de veilige zone. <3 maanden verhoogt het risico. Tussen 3 en 12 maanden hangt het af van de andere twee criteria.

Geen wettelijke drempel. Er is geen formele 12-maandenregel zoals in Duitsland of Frankrijk historisch bestond. De drie criteria worden in concreto beoordeeld, geval per geval, door de controleur en uiteindelijk door de rechter. De Memorie van Toelichting bij de Wet 6 april 2026 bevestigt dat “normaal beheer” een feitelijk begrip blijft.


4. Speculatiebelasting versus de nieuwe meerwaardebelasting (2026)

Het keuzeschema

Vraag Antwoord Regime
Realiseert u meerwaarde op een financieel actief (aandeel, ETF, obligatie, crypto)? Ja Ga naar volgende vraag
Handelt u binnen normaal beheer van uw privévermogen? Ja Meerwaardebelasting 10% (art. 90, 9°, c) — eerste €10.000/jaar vrijgesteld
Handelt u buiten normaal beheer maar niet als beroep? Ja Speculatiebelasting 33% + gemeentebelasting (art. 90, 1°)
Is het uw beroepsactiviteit (full-time daytrader die er zijn levensonderhoud uit haalt)? Ja Beroepsinkomen (art. 23 WIB92), progressief tot 50% + sociale bijdragen

De vrijstelling werkt anders

  • Onder 10%-regime: jaarlijkse vrijstelling van €10.000 per belastingplichtige (indexeerbaar), met carry-forward van maximaal €1.000/jaar tot 5 jaar (cumulatief plafond €15.000). Zie de gerelateerde gids Vrijstelling €10.000 meerwaardebelasting: splitsing partners en harvesting.
  • Onder 33%-regime: geen vrijstelling. Elke euro speculatieve winst is belastbaar vanaf de eerste euro.

Het verrekeningsmechanisme

Belgische brokers (Bolero, Keytrade, MeDirect, Saxo België) houden vanaf 1 juni 2026 automatisch 10% in op gerealiseerde meerwaarden. Die inhouding is een bevrijdende voorheffing (= definitieve betaling: u hoeft daarna niets meer bij te aangeven als uw profiel klopt) voor wie binnen normaal beheer valt. Wie achteraf door de fiscus geherkwalificeerd wordt naar art. 90, 1° (33%), kan de reeds ingehouden 10% verrekenen — maar moet het verschil bijbetalen, plus eventuele boetes (zie sectie 7).

Wie zich onzeker voelt over de eigen kwalificatie kan een voorafgaande beslissing vragen aan de Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB / ruling.fgov.be). Dat is geen verplichting, maar wel een manier om vooraf zekerheid te krijgen voor een complex profiel (bv. een gepensioneerde die actief opties wil schrijven op zijn aandelenportefeuille).


5. Wat valt buiten speculatiebelasting?

Niet elke transactie waarbij u winst maakt, valt automatisch onder art. 90, 1°. De volgende situaties vallen buiten speculatiebelasting (maar mogelijk wel onder een ander regime):

  • Roerend inkomen (dividenden, coupons, staking-rewards op crypto): valt onder art. 17 WIB92 en wordt belast aan 30% roerende voorheffing. Niet speculatief.
  • Reynders-taks op meerwaardes bij verkoop van obligatie-ETF’s (>10% obligatie-component): 30% op het rentegedeelte, geen 33%. Zie Reynders-taks vs meerwaardebelasting: betaal je dubbel?.
  • Aanmerkelijk belang (>20% in één Belgische vennootschap): apart regime met glijdend tarief 1,25%-10% bij verkoop aan EER-residente koper.
  • Privégebruiksgoederen (verkoop van uw eigen auto, kunstwerk, antiek dat u jaren bezat): doorgaans normaal beheer privévermogen, niet belast (tenzij georganiseerde tussenhandel).
  • Onroerende meerwaarden (huis, appartement, grond): apart regime onder art. 90, 8° en 10° WIB92, met eigen tarieven (16,5% of 33%) en termijnen (5 jaar voor gebouwen, 8 jaar voor gronden).
  • Crypto-meerwaarden binnen normaal beheer: valt sinds 2026 onder de 10%-meerwaardebelasting. De oude DVB-doctrine (“normaal beheer → 0%; speculatief → 33%; beroep → progressief”) is voor crypto gedeeltelijk vervangen. Zie Staking en lending crypto in België: normaal beheer of 33%?.
  • Verliezen onder normaal beheer: niet aftrekbaar tegen andere inkomsten. Onder het 10%-regime wel verrekenbaar binnen het kalenderjaar tegen andere meerwaarden. Zie Verliesverrekening binnen kalenderjaar meerwaardebelasting 2026.

6. Aangifte: Vak XV codes en hoe het bedrag berekenen

De juiste codes in Vak XV

De aangifte personenbelasting (Tax-on-Web) gebruikt voor diverse inkomsten Vak XV — Diverse inkomsten. De vakcodes voor speculatieve winsten onder art. 90, 1° zijn al decennia stabiel:

Code Wat Wie
1440 Speculatieve winsten / diverse inkomsten art. 90, 1° — netto belastbaar bedrag Alleenstaande / partner 1
2440 Idem Partner 2 bij gezamenlijke aangifte
1441 Bewezen kosten met betrekking tot 1440 Alleenstaande / partner 1
2441 Idem Partner 2

Voor 2026-inkomsten (aanslagjaar 2027) verschijnen nieuwe codes voor de 10%-meerwaardebelasting (categorie art. 90, 9°, c). De FOD Financiën publiceert de definitieve codetabel rond februari-maart 2027 in de Tax-on-Web-handleiding. De bestaande codes 1440/2440 blijven bestaan voor situaties die als speculatief gekwalificeerd worden.

Hoe het belastbare bedrag berekenen

Belastbaar bedrag = bruto-winst minus bewezen kosten.

  • Bruto-winst: verkoopprijs minus aankoopprijs (per transactie). Bij meerdere transacties worden winsten en verliezen binnen art. 90, 1° onderling gecompenseerd binnen het kalenderjaar.
  • Bewezen kosten: brokerage-kosten, beurs-taksen (TOB), eventuele rentekost van een marginlening die direct met de speculatie verbonden is. Bewijslast ligt bij de belastingplichtige — facturen, transactie-uittreksels bewaren.
  • Aftrekbare verliezen: alleen verliezen binnen dezelfde categorie (art. 90, 1°) en hetzelfde belastbaar tijdperk. Geen carry-back, geen carry-forward.

Voorbeeld: speculatieve trader, 2026

Pieter, 34 jaar, IT-consultant, beheert naast zijn vast werk een trading-account bij Interactive Brokers. In 2026 deed hij 187 optietransacties. Resultaat:

  • Bruto-winst gerealiseerd: €18.500
  • Bruto-verlies gerealiseerd: €7.200
  • Netto: €11.300
  • TOB + commissies: €1.450
  • Belastbaar in Vak XV, code 1440: €11.300 − €1.450 = €9.850

Federale belasting: €9.850 × 33% = €3.251
Gemeentebelasting (8% van federaal): €3.251 × 8% = €260
Totaal verschuldigd: ±€3.511 (effectief tarief: 35,6%)

Belangrijk: Interactive Brokers houdt geen Belgische belasting in. Pieter moet de berekening zelf maken en het bedrag in Vak XV invullen. Belgische brokers houden vanaf 1 juni 2026 de 10% in voor wie binnen normaal beheer valt — maar niet de 33% voor wie als speculant kwalificeert. Die zelfaangifteplicht blijft.


7. Sancties en herkwalificatie naar beroepsinkomen

Boete bij niet-aangifte

Wie speculatieve winsten niet aangeeft, riskeert:

  • Belastingverhoging van 10% tot 200% van de ontdoken belasting, afhankelijk van de mate van opzet (KB van 13 september 2022, BS 28 september 2022, herziene schaal van belastingverhogingen art. 444 WIB92).
  • Nalatigheidsinterest van 4% per jaar (tarief 2026, jaarlijks aangepast bij KB) op de verschuldigde belasting.
  • Strafrechtelijke vervolging mogelijk bij ernstige fraude (vanaf €50.000 ontduiking of recidive).

De fiscus heeft drie jaar om een controle uit te voeren (tot zeven jaar bij vermoeden van fraude — art. 354 WIB92). Met de uitbreiding van het NBB Centraal Aanspreekpunt (CAP) op 1 december 2026, krijgt de fiscus ook zicht op de inhoud van Belgische effectenrekeningen. Niet-aangifte van speculatieve activiteit wordt detecteerbaarder.

Herkwalificatie naar beroepsinkomen — wanneer 33% niet genoeg is

Bij stelselmatige, georganiseerde, voltijdse speculatie kan de fiscus de activiteit herkwalificeren als beroepsinkomen (art. 23 WIB92). Gevolg:

  • Progressieve tarieven tot 50% (boven €48.320 belastbaar in 2026).
  • Sociale bijdragen als zelfstandige (zo’n 20,5% boven het minimumplafond).
  • BTW-status mogelijk indien u diensten aanbiedt aan derden (signaalgeven, copy-trading).

Sleutelindicatoren voor herkwalificatie:
– U haalt een substantieel deel van uw levensonderhoud uit trading.
– U gebruikt professionele middelen (Bloomberg-terminal, gestructureerd algoritme, kantoor).
– U adverteert of communiceert publiekelijk over uw trading-resultaten (YouTube-kanaal, betaalde Discord).
– Frequentie en omvang gaan structureel boven wat een gewone particulier doet.

Drie geanonimiseerde Cassatie-arresten over de jaren (o.a. Cass. 30 november 2006, F.05.0008.N) bevestigen dat de overgang van “speculatie” naar “beroep” gradueel is en in de feitelijke beoordeling van de rechter ligt. Wie als full-time crypto-trader uit zijn vorige job stapt om alleen nog te traden, zit het zwaarste risico op een herkwalificatie.


Praktische checklist

  • Bepaal eerlijk uw profiel. Buy-and-hold ETF-belegger met enkele transacties per jaar → vrijwel zeker 10%-regime. Actieve trader met opties, leverage en korte termijn → mogelijk 33%-regime. Voltijds zonder ander inkomen uit dit → mogelijk beroep.
  • Hou een transactiejournaal bij. Datum, bedrag, instrument, doel (langetermijnpositie / kortetermijnhedge / speculatie). Helpt bij eventuele fiscale controle om uw kwalificatie te onderbouwen.
  • Tel uw trades per jaar. Een paar honderd opties- of CFD-trades duwt u in de risicozone voor herkwalificatie naar art. 90, 1°.
  • Vermijd structurele leverage > 20% van portefeuille. Marginleningen, opties met ongedekte schrijfposities en short selling zijn fiscaal duurder als ze structureel zijn.
  • Bij twijfel: vraag een ruling. De DVB (ruling.fgov.be) geeft individuele bindende beslissingen voor complexe situaties. Doorlooptijd doorgaans 3-6 maanden.
  • Bij Belgische broker (Bolero, Keytrade, MeDirect, Saxo BE): 10% wordt automatisch ingehouden vanaf 1 juni 2026. Bij speculatieve kwalificatie moet u zelf het verschil aangeven in Vak XV.
  • Bij buitenlandse broker (IB, DEGIRO, Trade Republic, Saxo LU): geen automatische inhouding. U bent zelf verantwoordelijk voor de berekening en aangifte. Zie ook Vier fiscale verplichtingen die Trade Republic / Revolut / BUX-gebruikers vergeten.
  • Bewaar uw foto-waarde 31 december 2025. Voor het 10%-regime is de marktwaarde op die datum uw fiscale aanschafprijs. Zie Foto-waarde 31 december 2025 voor ETF en crypto: hoe bewijzen.


Bronnen & verder lezen

Primaire bronnen (wetgeving en regelgeving)

  1. WIB92 — geconsolideerde tekst, art. 90 (diverse inkomsten) en art. 171 (afzonderlijke tarieven) (geraadpleegd 2026-06-14)
  2. Wet van 6 april 2026 tot invoering van een belasting op meerwaarden op financiële activa — Justel (NUMAC 2026002780) (geraadpleegd 2026-06-14) — bron voor de 10%-meerwaardebelasting en de invoeging van art. 90, 9°, c WIB92
  3. FOD Financiën — Vak XV diverse inkomsten en speculatieve verrichtingen (geraadpleegd 2026-06-14) — codes 1440/2440 en aangifte-instructies
  4. FOD Financiën — Meerwaardebelasting (officiële informatiepagina) (geraadpleegd 2026-06-14)
  5. Dienst Voorafgaande Beslissingen (DVB) — voorafgaande beslissingen in fiscale zaken (geraadpleegd 2026-06-14) — voor individuele rulings over speculatief/normaal beheer

Rechtspraak (richtinggevend)

  1. Cassatie 30 november 2006, F.05.0008.N — herkwalificatie speculatie naar beroepsinkomen.
  2. Cassatie 18 oktober 2018, F.17.0086.N — bevestiging cumulatieve criteria normaal beheer.

Educatieve secundaire bronnen

  1. Wikifin — Belasting op meerwaarden bij verkoop van aandelen (geraadpleegd 2026-06-14) — FSMA-educatieportaal
  2. Tiberghien — Belasting op meerwaarden: speculatie versus normaal beheer (overzichtsanalyse). Tiberghien advocaten (Brussel); zie tiberghien.com voor recente belastingpraktijk-publicaties op zoekterm “meerwaarden normaal beheer”.

Verwante artikelen op investnow.be

Scroll naar boven